Studie - Geloofslessen van de oude leermeesters

Oswald J. Smith – Geloofslessen van de Oude Leermeesters

Over Oswald J. Smith
Oswald Jeffrey Smith (1889-1986) is een van de meest veelzijdige christelijke leiders in de geschiedenis van de christelijke kerk. Zijn bediening was gecentreerd in Toronto, Canada. Als evangelist heeft hij talloze grote campagnes gehouden in maar liefst 72 landen wereldwijd. Als schrijver heeft hij ongeveer 35 boeken uitgegeven, waarvan er meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht in 128 verschillende talen.

Wereldwijde evangelisatiecampagnes, Bijbelscholen, kindertehuizen, christelijke boeken en brochures, tv-uitzendingen en radiostations. We kunnen er niet omheen: de verspreiding van het evangelie kost geld. Waarom zouden wij ons geld moeten investeren in het zendingswerk?

‘Gulle en goedgeefse mensen krijgen toch steeds meer, maar wie gierig is, wordt steeds armer. Een weldoener is een zegen en wordt daarvoor rijk beloond en iemand die zijn gaven over anderen uitgiet, zal van het goede worden voorzien.’— Spreuken 11:24-25

Er zijn altijd mensen die willen weten waarom we moeten bijdragen voor buitenlandse zending. ‘Is er in eigen land dan niet genoeg te doen?’ vragen ze. Hier volgen een paar redenen waarom wij ons geld zouden moeten investeren in wereldwijde zending.

1) Zendende kerken bloeien
Ik heb ontdekt dat kerken die zendelingen uitzenden de enige werkelijk bloeiende kerken zijn. Met andere woorden: ‘Het licht dat het verste schijnt, schijnt het helderste dicht bij huis.’ Noem mij een kerk waarin het vuur brandt voor zielen wereldwijd, en ik zal je laten zien hoe er ook een vuur brandt voor de zielen dicht bij huis. Noem mij een kerk waar ruim gegeven wordt voor de buitenlandse zending, en ik zal je laten zien dat de eigen financiële problemen van deze kerk ook worden opgelost.

Een mooi voorbeeld is het verschil tussen de Dode Zee en het Meer van Galilea in Israël. De Dode Zee is stilstaand en levenloos, terwijl het Meer van Galilea bruist van leven. Wat is hiervan de oorzaak? De Dode Zee neemt alleen maar water op en geeft nooit iets af, terwijl het Meer van Galilea water opneemt, maar het ook weer afgeeft.

Een kerk die zich niet bezighoudt met zending, neemt op, maar houdt alles voor zichzelf. Ze geeft nooit iets door en is als een stilstaande poel. De zendende kerk neemt op, maar geeft ook weer door. Daarom is zij levend en actief en rust Gods zegen op haar. Willen wij zijn als de Dode Zee of als het Meer van Galilea?2) Je verzamelt schatten in de hemel
Je verzamelt schatten in de hemel of op de aarde. Gods bevel is: ‘Verzamel op aarde geen kostbaarheden, want die vergaan of worden gestolen. Je kunt beter kostbaarheden in de hemel verzamelen, waar ze nooit zullen vergaan of worden gestolen’ (Mattheüs 6:19-20). Alles wat je hebt, zul je uiteindelijk toch verliezen. Maar alles wat je besteedt voor zielen van mensen, zul je behouden.

Er zijn twee opties: of je komt in de hemel als een arm persoon, die niets vooruit gestuurd heeft. Of als iemand die een erfenis ontvangt door de bijdragen die je hebt verzameld toen je nog op aarde was. Alles wat we vooruit kunnen sturen, zal in de hemel op ons wachten, en we zullen het met rente terugkrijgen.

3) Je bewijst jouw liefde voor God
Als je wilt bewijzen dat je God echt liefhebt, dan moet je dat doen op een praktische manier. Liefde betekent het brengen van offers. Liefde komt tot uitdrukking in werken. Het is niet genoeg om te zeggen dat je Hem liefhebt; je moet het bewijzen.

Je kunt het bewijzen door de manier waarop je je geld besteedt. Door je offer voor anderen. Door je verlangen om het evangelie uit te dragen naar andere landen. Jezus vraagt meer dan een getuigenis. ‘Geloof zonder de werken is dood’ (Jakobus 2:17). Hetzelfde geldt voor de liefde. Als je Hem liefhebt, zul je hetgeen je hebt, delen met hen die Hem nog niet kennen, zodat ook zij Jezus leren kennen.

4) Je zult gezegend worden
Op een avond, na afloop van een dienst in Minneapolis, kwam een zakenman naar mij toe en schudde mij de hand. Ik kende hem niet. ‘Dr. Smith,’ zei hij, ‘alles wat ik in het leven heb, heb ik aan u te danken. Ik was aan mijn einde. Ik had mijn baan verloren. Mijn vrouw en twee dochters hadden mij verlaten. Ik ging in lompen gekleed. Op een dag was ik toevallig in een van uw diensten. U zei: ‘Je kunt God in het geven niet overtreffen. Geef en u zal gegeven worden.’

Om uw echtheid te toetsen, vulde ik een van uw kaarten in, waarin ik beloofde God een zeker percentage van mijn inkomsten te geven. Dat was gemakkelijk voor mij, omdat ik toch niets bezat. Tot mijn grote verbazing kreeg ik binnen enkele uren een baan. Toen ik mijn eerste salaris ontvangen had, zond ik het bedrag dat ik beloofd had. Kort daarna kreeg ik een salarisverhoging. Toen droeg ik meer bij.

Na verloop van tijd kreeg ik een betere betrekking. Nu zijn mijn vrouw en dochters teruggekomen. Ik ging door met geven. Al snel waren al mijn schulden betaald. Nu heb ik mijn eigen huis hier in Minneapolis en zelfs geld op de bank. Ik heb begrepen dat u gelijk had. Ik heb ontdekt dat God instaat voor Zijn Woord.’

Wil je Gods geheim voor welvaart leren kennen? Je vindt het in de geschiedenis van deze man. ‘Geef en je zal gegeven worden.’ Om te krijgen, moet je geven. Ik weet geen betere weg om mijn geld voor God te besteden dan door systematisch te geven voor het zendingswerk.

5) Geld moet een middel zijn om een doel te bereiken
Is geld een doel op zichzelf of is het alleen maar een middel om een doel te bereiken? Als het voor jou een doel op zichzelf is, dan streef je er niet naar Gods Koninkrijk uit te breiden. Voor christenen hoort geld alleen maar een middel te zijn om een doel te bereiken. En dat doel is de verspreiding van het evangelie, en vooral wereldevangelisatie. Dan kunnen we Zijn rijke zegen verwachten. Verdien jij, beste lezer, geld voor jezelf of voor Gods werk? Welk doel heb je voor ogen?

6) Je laat je geloof zien
De vraag is niet: ‘Hoeveel van mijn geld zal ik God geven?’ maar: ‘Hoeveel van Gods geld zal ik voor mijzelf houden?’ Ik heb ontdekt dat het ‘beter is om te geven dan te ontvangen’. Je mist een van de grootste zegeningen van je leven, als je niet voor de zending geeft.

Als je alleen geeft wanneer je zin hebt om dat te doen, dan heb je geen geloof nodig. Sommigen willen hun giften niet vastleggen, omdat hun linkerhand zogezegd niet mag weten wat de rechterhand doet. Ze spreken de waarheid, want ze geven zo weinig dat hun rechterhand zich zou schamen als de linkerhand het te weten kwam.

7) Je ontvangt dezelfde beloning
Degene die bovenaan staat en het een ander mogelijk maakt in de put af te dalen om een kind te redden, heeft evenveel recht op de beloning, als degene die naar beneden gaat. Misschien kun je niet ‘naar beneden gaan’. Misschien zul je nooit het zendingsveld zien, maar je kunt ‘het touw vasthouden’.

Je kunt het voor een ander mogelijk maken om te gaan. Je kunt een plaatsvervanger sturen. En wanneer je dat doet, wanneer je jouw geld geeft, zal je beloning even groot zijn als de beloning van hen die zelf gaan. De vraag is: Doe je iets voor de verspreiding van het evangelie? Of kijk je alleen maar toe? Ons motto moet zijn: ‘Iedere christen een zendeling.’

Wat heb jij gedaan?
God gaf Zijn enige Zoon voor jou. Hij gaf het beste wat de hemel bezat. Wat heb jij gegeven? Heb jij jezelf gegeven? Heb je jouw kinderen gegeven? Heb je jouw tijd gegeven? Heb je jouw gebeden gegeven? Heb je jouw geld gegeven? Vraagt God te veel wanneer Hij jou vraagt met Hem te delen wat Hij jou gegeven heeft, zodat zij die in de duisternis leven, het evangelie zouden horen? Als martelaren alles gaven, kunnen wij dan tenminste niet iets geven en zo deel hebben aan wereldevangelisatie?

Hoeveel moeten we geven?
Ik zou je willen aanraden om meer te geven dan vorig jaar. Misschien kun je niet veel meer geven, maar je kunt tenminste iets meer geven. Door jouw gaven te verhogen, zeg je: ‘Het evangelie moet meer gepredikt worden.’

Wij zijn het er allemaal over eens dat de wereld geëvangeliseerd moet worden. We zijn er ons van bewust dat sommigen moeten gaan, anderen moeten bidden en nog anderen moeten geven. Het maakt niet uit wat jouw aandeel is, als je er maar deel aan hebt en er zeker van bent dat je doet wat God van jou verlangt. Als het jouw deel is om te geven, zorg er dan voor dat je geeft tot het pijn gaat doen. En ga daarna door met geven tot het een vreugde wordt.

De zending als hartstocht van je leven
Er komt een dag dat jij rekenschap zult moeten afleggen voor de troon van God. Zul je dan lof of afkeuring ontvangen? Jij kunt een zendeling zijn, ook al ga je zelf niet. Je hart kan op het zendingsveld zijn; en waar je hart is, daar zal ook je schat zijn.

Geef zoals je nog nooit gegeven hebt. Geef als aan God en niet als aan mensen. Maak de zending tot de hartstocht van je leven. Dan zul je geven omdat je niet anders kunt.

Tags:
Vorig artikel

Mijn confrontatie met de draak

Volgend artikel

De draak is boos