Pasen-leven-na-de-dood

Pasen: Leven na de dood

‘Er is geen leven na de dood. Er is namelijk nog nooit iemand uit de dood teruggekomen.’
Dit is een veel voorkomende mening. Maar is dat zo? Wat betekent Pasen? Is het het doorbreken van de lentezon? Nee, veel meer: Pasen zegt ons dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood.

De opstanding van Jezus Christus
‘Op de ochtend van de eerste dag van de week (zondag, de dag na de sabbat), ging Maria van Magdala al heel vroeg naar het graf. Toen zij daar aankwam, zag zij dat de steen voor de ingang was weggerold. Maria van Magdala bleef echter bij het graf achter. Huilend boog zij zich voorover en keek in het graf. Op de plaats waar Jezus had gelegen, zag zij twee engelen in witte kleren zitten. Een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde van de plaats waar Hij gelegen had. ‘Waarom huilt u?’ vroegen zij haar. ‘Ze hebben mijn Heer weggenomen,’ antwoordde Maria, ‘en ik weet niet waar Hij is.’ Zij keek achterom. Daar stond Jezus, maar zij herkende Hem niet. Zij dacht dat het de tuinman was. ‘Waarom huilt u?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoekt u?’ ‘Och, meneer, als U Hem ergens anders hebt neergelegd, zeg het alstublieft. Dan neem ik Hem mee,’ zei zij. ‘Maria,’ zei Jezus. Zij draaide zich om en zei in het Aramees tegen Hem: ‘Rabboeni!’ Rabboeni betekent meester. ‘Raak Mij niet aan,’ zei Jezus. ‘Want Ik ben nog niet teruggekeerd naar Mijn Vader. Ga naar Mijn broeders en vertel hun dat Ik terugga naar Mijn Vader, die ook jullie Vader is. Naar Mijn God, die ook jullie God is.’ Maria ging snel naar Jezus’ leerlingen. ‘Ik heb de Here gezien!’ zei ze en vertelde hun wat Hij tegen haar gezegd had.’ – Johannes 20:1, 11-20

Het leven van Maria van Magdala was door een wonder van Jezus totaal veranderd. Vóór het wonder had de duivel alle macht over haar leven. Altijd was ze onrustig en gespannen, want er woonden zeven demonen in haar. Er was niemand op aarde die haar hiervan kon verlossen.

Maar door Jezus wonderwerkende kracht, moesten de demonen uit haar gaan. Hierna werd haar hart vervuld met Gods Geest. Zo kreeg zij liefde, vrede en rust. Het was een hele nieuwe ervaring voor haar en het was dan ook geen wonder dat ze vanaf die dag Jezus liefhad.

Maar op een gegeven moment was er wel een storm in haar leven, die haar deed schudden op haar grondvesten. Jezus werd gekruisigd. Ze stond erbij toen Jezus stierf aan het kruis. Samen met andere volgelingen van Jezus ging zij Zijn lichaam begraven.

Alles moest snel gebeuren, want de sabbat begon bijna. Dan mochten ze geen werk meer doen en moesten ze rusten. Daarom maakten zij alvast een begin aan de balseming en zouden ze het op die zondag verder afmaken. Maria dacht dat dat het laatste was wat ze voor Jezus kon doen.

Ze kon niet geloven dat haar nieuwe leven alweer voorbij zou zijn. Ze dacht: hoe moet het nu verder, een leven zonder God? Met deze gedachten en wanhopige gevoelens liep Maria op die zondagmorgen met een paar vrouwen naar het graf. Het was vroeg in de ochtend.

Toen ze bij het graf kwamen, zagen ze dat de grote steen die voor het graf stond, was weggerold. De eerste gedachte die in hen opkwam, was: ‘O nee, Jezus’ lichaam is gestolen! Waar is Hij nu?’ Ze huilde en bukte voorover om in het graf te kunnen kijken en zag twee engelen zitten.

Zij vroegen waarom ze huilde. Ze antwoordde: ‘Mijn Heer is weggenomen en ik niet weet waar Hij is.’ Terwijl ze dit zei, hoorde ze iets. Ze keek achter zich en zag een Man staan. Die Man zei: ‘Vrouw, waarom huil je? Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem ergens anders hebt neergelegd, vertel me dan waar Hij is en dan zal ik Hem daar weghalen.’

Maar op dat moment hoorde zij haar naam. Vol verbazing draaide ze om en zag de Heer. Ze viel voor zijn voeten neer en wilde Hem aanraken, want ze wilde niet dat Hij zou weggaan. Op dat moment zei Jezus dat ze Hem niet mocht aanraken, omdat Hij nog niet naar de hemel was gegaan.

Maria moest leren om te leven in geloof, ondanks de situatie. Ze moest erop vertrouwen dat Jezus bij haar zou zijn en blijven. Jezus zou haar door Zijn Geest kracht geven en haar troostten in haar verdriet. Maria was door Jezus verlost en kreeg in Hem een nieuw leven. En dat leven hield niet op nadat Hij was gestorven en opgestaan.

Ook jij kunt een nieuw leven krijgen, zoals Maria. Wij hebben een nieuw leven nodig, want zonder Jezus is er geen echt leven. In het paradijs, direct na de schepping, leefde de mens in harmonie met God, zijn Schepper, en met zijn medemens. Dat was het ware leven, vol vrede en liefde. Maar de mens nam afscheid van God en keerde zich van Hem af. Vanaf dat moment volgt ieder mens zijn eigen zin en wil. Ook wij.

Daardoor hebben wij een schuld bij God, omdat wij niet leven tot Zijn eer. En het gevolg is: een leven vol zonde, met de duivel en veel ellende. Dat is een leven dat eindigt in de eeuwige dood, in de hel. Ons leven kan je vergelijken met het leven van Maria van Magdala.

Eerst leefden we zonder God en hadden we geen vrede en rust. We konden geen relatie meer met God hebben, omdat ons leven zondig was. Maar doordat we het offer van Jezus hebben aangenomen en in Hem geloven, zijn wij gered.

Jezus is de weg tot God. Door Zijn sterven aan het kruis betaalde Hij de prijs die de zonde van de mens vroeg en vraagt. Hij stierf voor ons, maar Hij stond ook weer op uit de dood. In Zijn leven mogen wij een nieuw leven ontdekken en een nieuwe schepping zijn, als wij in Hem geloven.

De Heilige Geest vernieuwt ons hart en door de Geest kunnen we leven in Gods kracht, want Jezus zegt:

‘Ik geef de doden het leven terug. Ik ben Zelf het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, zelfs als hij gestorven is. Wie leeft en in Mij gelooft, zal nooit sterven. Geloof je dat?’
– Johannes 11:25-26

Dit is het echte leven! Wij kunnen dit leven krijgen door de genade van Jezus. Zoek Hem en lees Gods Woord. En de Bijbel zegt: ‘Wie Jezus zoekt, zal Hem vinden!’

Lees ook: ‘De opstanding’

Tags: