Plan-voor-jouw-leven

Plan voor jouw leven DEEL 1

Wist je dat God een plan voor jouw leven heeft? Hij heeft jou gemaakt om één met Hem te zijn. Om dit mogelijk te maken, heeft Hij een verlossingsplan bedacht. God stuurde Zijn Zoon, Jezus, om voor ons te sterven aan het kruis. Door Zijn offer kunnen wij bij God de Vader komen. Maar voordat Jezus naar de aarde kwam, had God een andere manier om onder de mensen te wonen. Dit deed Hij door middel van de tabernakel (tent). Lees deze prachtige tweedelige studie over de tabernakel, en ontdek Gods plan voor jou!

Terwijl één Bijbelvers de schepping van hemel en aarde vermeldt, gaan vijftien hoofdstukken in Exodus over de tabernakel. En het hele boek van Leviticus beschrijft de bedieningen die ermee zijn verbonden. Een gebrek aan kennis van de tabernakel is een gebrek aan kennis van het doel van de schepping, van de komst van Jezus en Gods uiteindelijke doel voor de mens.

Het initiatief werd genomen door de almachtige God Zelf:

‘Het volk moet een heiligdom voor Mij maken, zodat Ik onder Mijn volk kan wonen. Het moet een grote tent worden, een tabernakel. Ik zal u een voorbeeld laten zien en nauwkeurig omschrijven hoe Ik het gemaakt wil hebben.’ – Exodus 25:8-9

God verlangde ernaar om in het midden van Zijn volk te wonen. Maar er was een probleem: zij leefden in zonde. De enige manier waarop God onder Zijn volk kon wonen, was in Zijn Zoon. Daarom was het nodig voor Zijn Zoon om mens te worden en onder de mensheid te wonen.

Het was nodig voor Jezus om Zijn leven op te offeren, zodat God in staat zou zijn om onder de mensen en in hun harten te wonen. Iedereen die gelooft in Jezus’ offer, wordt rechtvaardig verklaard, zodat God in hun harten kan wonen. De tabernakel is daarom een perfect typebeeld voor de verzoening die Jezus bracht door Zijn offer. De tabernakel is een openbaring van Jezus en van het verlossingsplan.

Rondleiding door de tabernakel
Laten we eens gaan naar de tijd toen de Israëlieten in de woestijn waren en God onder hen woonde in de tabernakel. Wanneer wij vanaf de heuvels naar beneden kijken, zien we een kleine, zwarte hut omgeven door een hoog, wit hek. Aan alle vier de kanten daarvan zijn duizenden tenten opgezet.

Een wolk hangt boven de zwarte hut en raakt de aarde op één speciale plaats. Het is niets opvallends of liefelijks. Het schijnt vreemd dat er zo veel mensen omheen zijn vergaderd. Maar kom naar de oostzijde van het hek en je zult een poort vinden. Zodra je binnen bent, zie je een groot, koperen altaar, bevlekt met bloed. Je zal een vuur zien en rook die opstijgt van de geofferde dieren die daar verbrand worden.

Als je het zou vragen, dan zou de priester je zeggen dat je niet kon binnenkomen, tenzij je het voorgeschreven dierenoffer bracht. Je moest jezelf identificeren met dat onschuldige dier door jouw handen op zijn kop te leggen en je zonden te belijden. Dan zou je het laten doden, zodat zijn levensbloed gestort werd in jouw plaats. Verder dan dat zou je niet kunnen gaan.

Als het jou toegestaan werd die poort binnen te gaan, zou je een klein gebouw zien van ongeveer vier en een halve meter hoog, vier en een halve meter breed en ongeveer dertien en een halve meter lang. De buitenste bedekking was van dassenhuiden. Verweerd en verdonkerd door ouderdom, leek het een zwartachtige, donkerblauwachtige, grijsachtige, bruinachtige combinatie van kleuren die het geheel nogal ouderwets maakte en onplezierig om naar te kijken.

Maar als je eenmaal naar binnen was gegaan, zou je onmiddellijk verrast geweest zijn door wat je zag! Het eerste voorwerp dat jouw aandacht zou trekken, zou waarschijnlijk de zevenarmige kandelaar zijn – de enige bron van licht in deze eerste kamer. Misschien zouden je ogen in alle richtingen kijken, proberend de onbeschrijfelijke schoonheid binnen deze muren te bevatten.

Als er een gids bij je zou zijn, zou hij jou de gouden tafel rechts laten zien en uitleggen dat er aan de binnenkant acaciahout was. Dit vertegenwoordigde de menselijkheid van Gods Zoon, die in de wereld zou komen. De twaalf broden vertegenwoordigden Hem als het Brood des levens, ruim voldoende voor alle twaalf stammen van Israël en de twaalf apostelen die de Kerk vertegenwoordigen.

Tegen het prachtige gordijn zou je een ander altaar zien van hetzelfde hout, overtrokken met goud. Er zouden horens zijn met bloed erop, één aan iedere hoek. En de wierook, verschillend van alles wat ooit buiten deze kamer gebrand was, zou zijn rook recht omhoog doen gaan, de kamer vullende met zijn onbeschrijfelijke, aromatische, lekker ruikende geur. Dit vertegenwoordigde de gebeden van Gods Zoon en al Zijn kinderen en de ontvangst ervan bij God.

Jouw gids zou je wijzen op het witlinnen dakgordijn waarin cherubs (engelen) geborduurd waren in goud, purper en scharlakenrood. Hij zou uitleggen wat de bedoeling van de cherubs was: het goud voor goddelijkheid, het purper voor koninklijkheid en het scharlakenrood voor slachtoffers of voor vergoten bloed.

Als je dit alles had kunnen begrijpen, zou je misschien vragen: ‘Wat ligt er buiten het gordijn in die andere kamer?’ ‘Je zal nu niet verder durven gaan,’ zegt jouw gids. Hij legt uit dat de volgende kamer vier en een halve meter lang, breed en hoog is; een volmaakte kubus.

Deze ruimte heeft maar één meubelstuk: een kist gemaakt van hetzelfde onvergankelijke acaciahout, overtrokken met goud. De kist heeft een massief gouden deksel met twee gouden cherubs erop. De cherubs zijn elk aan één kant geplaatst, met de gezichten naar elkaar toe. Hun ogen zijn gericht op het gouden deksel dat het verzoendeksel wordt genoemd. Er is bloed op de kist en een vurige wolk zweeft erboven.

Dit is het Heilige der heiligen, een manifestatie van de tegenwoordigheid van God. Iedereen die erin durft te gaan wordt gedood. Behalve de hogepriester, als hij zich op de juiste manier heeft voorbereid. Zelfs de hogepriester mag daar maar één keer per jaar binnengaan.

Die gouden kist bevat twee stenen tafelen met de wet, erop geschreven door de vinger van God. Niemand kon die wet houden. Daarom is die bedekt met het gouden deksel en is het offerbloed daarop. Daarnaast bevat de kist een gouden kruik met manna en Aärons staf die bloeide.

De gids zou gezegd hebben: ‘Wij begrijpen niet wat dit alles betekent. Ons wordt verteld dat niemand het zal begrijpen totdat Gods Zoon, de Messias, naar de aarde komt en het offerlam wordt.’ Aan Mozes werd het vooraf getoond. Hij zag het Plan en kreeg instructies om het precies volgens het patroon te maken, en er zelfs in het minste detail niet van af te wijken.

‘O,’ zegt de gids, ‘heb je de verweerde bedekking aan de buitenkant gezien voordat je binnenkwam? Tussen deze prachtige geborduurde bedekking zie je binnenin nog twee bedekkingen. De ene is van geitenhaar en de andere van ramsvellen, roodgeverfd. En heb je het twee en een halve meter hoge hek gezien? Het is 25 bij 50 meter, en hoog genoeg om te verhinderen dat iemand er overeen kan kijken of klimmen. De mensen gaan naar binnen door de poort, zoals jij deed.’

Gefascineerd? Je kunt moeilijk niet gefascineerd zijn, en wel in zulke mate dat je de bedoeling ervan wilt begrijpen, de gedetailleerde structuur, de betekenis, de bediening ervan en de symboliek.

In het volgende deel gaan we dieper in op de ark van het verbond en de betekenissen van de voorwerpen die erin bewaard worden.

Tags: