Simson-en-Delila

Simson en Delila

Dit is een verhaal van liefde en romantiek, van lust en hartstocht, van listigheid en intrige, van charme van een vrouw en de begeerte van een man. Het is een strijd tussen twee kampioenen – ieder van hen vertegenwoordigt zijn eigen god, ieder van hen vecht tot de dood. Het is een romance die nooit had mogen plaatsvinden. Het is het verhaal van Simson en Delila.

Het verhaal begint in Richteren 13. Israël leefde in zonde en deed dingen die slecht waren in Gods ogen. Hierdoor gaf God hen over in de macht van de Filistijnen. Maar God was Israël niet vergeten.

Op een dag kwam er een engel bij de vrouw van Manoach om haar te vertellen dat ze zwanger zou worden en een zoon zou krijgen. Hij zei dat de jongen apart gezet zou zijn voor God en dat hij een begin zou maken met de verlossing van Israël uit de macht van de Filistijnen. Deze jongen werd geboren en ze noemden hem Simson. Simsons haren mochten niet geknipt worden (zie Richteren 13:5). Hij was door God uitgekozen en had van Hem speciale kracht ontvangen die hij zou verliezen als hij zijn hoofdhaar zou afscheren.

Simson groeide op en God begon hem te gebruiken. Vele keren versloeg hij de Filistijnen. Een keer greep hij een leeuw vast en scheurde het dier met blote handen in tweeën. Ook doodde hij een keer duizend Filistijnen met een verse ezelskaak.

Heel Israël wist dat God hun een man had gegeven die hen verloste van de macht van de vijand. Simson was bewogen over het lot van Israël en had het verlangen hen te bevrijden. God vulde hem met bovenmenselijke kracht, de kracht van de Heilige Geest. Hij was Gods machtige man om Israël te verlossen. Hij was de kampioen.

Maar op een dag was alles afgelopen en was deze overwinnaar gevangengenomen. Zijn ogen waren uitgestoken en zijn armen en benen waren vastgeketend, terwijl hij de molen moest draaien. Hoe was hij in deze situatie terechtgekomen? Wat was de oorzaak van de val van deze geweldige held? Had een machtig leger hem op de knieën gedwongen? Nee, het was een vrouw en deze vrouw heette Delila.

Wat Delila in ons vertegenwoordigt
Delila vertegenwoordigt alles of iedereen waardoor wij blind worden en wat ons van God aftrekt. Voor een man kan het een vrouw zijn. Voor een vrouw kan het een man zijn. Het kan ook rijkdom zijn of hoogmoed. Het kan alles zijn wat tussen jou en God komt. De Bijbel zegt:

‘Ga daarom uit hun midden weg, keer je van hen af en raak het onreine niet aan. Dan zal Ik je aannemen.’ – 2 Korinthiërs 6:17

Delila had geen goede bedoelingen met Simson. Zij was van plan om Simson in te palmen, zodat hij haar het geheim van zijn kracht zou vertellen. De ouders van Simson zagen het gevaar in. Ze wisten waar deze vrouw op uit was en waarschuwden hun zoon. We hebben allemaal wel die stem gehoord van onze ouders, van de voorganger, van een vriend of van ons geweten: ‘Ga niet met die persoon om. Het is slecht voor je. Je zult jezelf vernietigen.’

Maar Simson lachte en zei: ‘Ik kan wel voor mezelf zorgen. Ik weet heus wel tot hoever ik kan gaan.’ Hoeveel mensen die dit gezegd hebben, zijn er niet gevallen! Geen man of vrouw kan echt zeggen dat zij weten hoever zij kunnen gaan. Wij hebben de Geest van God nodig, die ons waarschuwt, tot ons spreekt en ons helpt om weg te blijven van de afgrond.

Delila wilde het geheim van zijn kracht weten en bleef hem uithoren. ‘Als je echt van mij houdt, zal je het mij vertellen.’ Simson wilde het haar niet vertellen, want hij vertrouwde haar niet. Zij zaten geestelijk niet op dezelfde golflengte, en dat is altijd een waarschuwingsteken.

Het begint met een beetje toegeven
Op zekere dag gaf Simson een beetje toe. En zo werkt de duivel nog altijd. Hij haalt iemand beetje bij beetje over. Simson zei: ‘Als je mij stevig vastbindt met nieuwe touwen, die nog niet gebruikt zijn, zal ik machteloos zijn, zoals ieder ander mens.’ De volgende keer zei hij: ‘Als je de zeven haarvlechten van mijn hoofd inweeft met het weefgetouw…’ Simson raakte zijn last en bewogenheid voor het volk Israël kwijt. De Filistijnen leken niet meer zo kwaad in zijn ogen.

Plotseling was zwart wit geworden, en wit zwart. Dit is het teken dat we van God afdwalen. De zonde die we vroeger haatten, vinden we nu niet zo erg meer. We blijven weg uit de kerk en houden op met bidden. En voor we het weten, pakken we ons sigaretje weer op en gaan we weer roken en drinken enzovoort. Na een tijdje wordt alles anders. We hebben geen verlangen meer om anderen van Jezus te vertellen. We raken geïrriteerd als een prediker enthousiast Gods Woord brengt. We willen niet meer naar God terugkeren. We willen niet langer onze offers en tienden aan God geven.

Delila had Simson in haar macht. Hij kon er niet van slapen. Hij kon haar niet meer uit zijn gedachten krijgen. Hij droomde van haar. Hij dacht aan haar en hij verlangde naar haar. Misschien is het bij anderen iets anders en heb je je overgegeven aan alcohol of drugs. Misschien ben je gierig. Maar het kan ook iets heel anders zijn. Je hebt je overgegeven aan dat wat jou van God afhoudt. De duivel heeft je beroofd van je vrede en rust en je voelt je ziek, ellendig en wanhopig.

De gevallen held
‘Delila begreep dat hij haar nu eindelijk de waarheid had verteld, daarop liet ze de Filistijnse koningen komen. ‘Kom nog één keer,’ zei ze, ‘want nu heeft hij mij echt de waarheid verteld.’ Daarop kwamen de koningen en namen het beloofde geld mee. Toen liet zij hem met zijn hoofd op haar schoot inslapen en wenkte iemand om zijn zeven vlechten af te knippen. Zo slaagde zij erin hem machteloos te maken, want hij raakte zijn kracht kwijt. Plotseling riep ze: ‘Simson! De Filistijnen komen eraan!’ Simson werd wakker en dacht: ‘Ik doe hetzelfde als de vorige keren: ik ruk me los en ben vrij.’ Maar hij wist niet dat de Here hem had verlaten. Toen namen de Filistijnen hem gevangen, staken hem de ogen uit en brachten hem, geboeid met twee koperen kettingen, naar de stad Gaza. Daar moest hij in de gevangenis de molen draaien om koren te malen.’
– Richteren 16:18-21

Ze brachten hem naar de gevangenis. Daar haakten ze hem vast op de plaats van een ezel om de molensteen rond te draaien en tarwe voor de vijand te malen. Daar liep Simson rond, rond en nog eens rond. Er was geen licht in zijn ogen. Hij zat in diepe duisternis en zwaar gebonden in de gevangenis. Hoe is het mogelijk!

Hoe zijn de helden gevallen? Waar zijn ze de fout ingegaan? Van Simson lezen we dat hij Delila zag aan de beek Sorek. Hij kreeg haar lief. Dat Simson Delila zag, was geen zonde. Maar hij kreeg lust en nam haar tot zich. Dat was zijn grote fout!

De duivel weet hoe hij de verboden vruchten zo mooi mogelijk kan presenteren. Je denkt dat je weet hoever je kan gaan, maar je komt erdoor in de gevangenis van de zonde; je komt in de ellende terecht. Maar ik heb vandaag goed nieuws voor jou! Je kunt uit je ellende, uit je gevangenis komen. Je kan terugkomen bij God.

Simson bad en overwon
Het verhaal van Simson en Delila eindigt hoopvol. Op een dag was Simson in de molen bezig met malen, toen hij zijn hand naar zijn hoofd bracht en zijn haar voelde. Plotseling drong het tot hem door dat zijn haar weer lang werd.

De vijanden riepen: ‘Onze god Dagon heeft Simson in onze handen gegeven, de verwoester van ons land.’ Ze vierden feest en lieten Simson uit de gevangenis halen om hen te vermaken. Hij kreeg een plaats tussen twee grote zuilen waarop het gebouw rustte en waar iedereen hem kon zien.

Simson, Gods sterke held, was gevallen, omdat hij niet op Gods weg was gebleven. Simson faalde. Maar ondanks het falen van Simson, zit God nog altijd op de troon. Hij zal Zijn eer nooit aan de vijand geven. Hij regeert!

Simson riep tot de Heer en zei: ‘Here, denk toch aan mij en maak mij nog één keer sterk, zodat ik mij voor mij beide ogen op de Filistijnen kan wreken. Gods kracht kwam weer over hem. Hij greep de twee pilaren en boog zich met kracht opzij. Het gebouw stortte in op de stadsvorsten en al het volk. ‘Zo doodde hij in zijn eigen dood méér mensen dan tijdens zijn hele leven’ (Richteren 16:30). God laat Zijn werk niet in de steek. Wij zijn misschien ontrouw, maar God blijft altijd trouw.

Wil jij vandaag vrij zijn?
Hoe staat het met jouw leven? Heeft de duivel je ogen verblind en je van je kracht beroofd? Beheerst de zonde je leven en ben je zijn slaaf? Jezus Christus heeft de duivel overwonnen. Door het geloof in Zijn naam kun je bevrijd worden uit de greep en de macht van de duivel. Wil je vrij zijn? Verhard je hart dan niet, maar heb spijt van je fouten en roep Jezus aan. Jezus heeft gezegd:

‘Als iemand bij Mij komt, zal Ik hem nooit wegsturen.’ – Johannes 6:37

Gebed
Bid met mij mee

‘O machtige God, U hebt Simson uit de gevangenis van zijn zonden bevrijd. Dank U dat U ook mij zult verlossen. De duivel heeft ook mijn ogen verblind, maar open mijn ogen, zodat ik het licht mag zien en de waarheid zal verstaan. In Uw Woord staat dat Jezus is gekomen om gevangenen vrij te maken, blinden het zicht te geven en de onderdrukten te bevrijden (Lucas 4:18). Dank U daarvoor, ik geloof het! Dank U, Here Jezus, voor Uw redding, dat Uw bloed mij reinigt van alle zonden. Bij U is vergeving en genade. Dank U, Vader. In de naam van Jezus bid ik dit. Amen!’

Tags: