Vrolijk-kerstfeestr-meneere-keene

Vrolijk kerstfeest, meneer Keene! – DEEL 2

De kinderen hadden meneer Keene uitgenodigd voor het kerstspel, maar hij zou niet komen. Dit was een grote teleurstelling voor de kinderen. Tot slot was zelfs mevrouw Angie met de kinderen meegegaan om meneer Keene aan te spreken.

Bobby en Earl, gekleed in juten kleden, zaten gekneld tussen de wijze mannen en de engelen op de eerste rij. Het was de laatste oefening. ‘Earl, we moeten meneer Keene hier morgenavond krijgen’, zei Bobby. ‘Kan je jouw vader niet zo ver krijgen om hem te vragen?’ ‘Ik denk het niet. Mijn vader vertelde mij dat meneer Keene 25 jaar niet meer in de kerk is geweest.’

Mevrouw Angie onderbrak hen. ‘Kinderen, stilte. We gaan beginnen met de oefening. Neem alsjeblieft jullie plaatsen in.’

Toen de kinderen weggingen, vroeg Freda: ‘Voel je je wel goed, Angie? Je ziet er een beetje pips uit.’ ‘Het zal goed met me gaan als het kerstspel eenmaal voorbij is’, antwoordde mevrouw Angie. ‘Het zijn de ‘last minute’ zorgen.’ ‘Ga maar naar huis, Angie. Zet een kopje thee en rust een beetje uit’, zei Lillian. ‘Freda en ik zullen de kostuums klaarleggen voor morgenavond.’

Buiten kropen de kinderen bijeen en keken ze naar mevrouw Angie, die wegliep van de kerk. ‘Het is best zielig’, zei Joanie. ‘Veel mensen zullen komen, maar niet meneer Keene. Ik wenste dat er een manier was dat… O, ik ben m’n wanten vergeten. Wacht hier. Mijn moeder zal het niet leuk vinden als ik nog een paar kwijtraak.’

In de kerk liep Joanie naar de voorste kerkbank. Ze hoorde stemmen vanuit de kamer naast de zaal. ‘Angie vat de dingen te hard op’, hoorde Joanie Freda zeggen. ‘Ik ben bang dat ze denkt aan Zachary Keene.’

‘Heeft ze hem echt de bons gegeven?’ vroeg Lillian . ‘Ja, precies op de dag van de bruiloft. Zachary Keene was bij het altaar achtergelaten. Ik heb nog nooit een man zo verliefd gezien als hij was. En nadat Angie was weggelopen met Howard, kwam ze erachter dat ze een dronkaard had getrouwd. Toen was het te laat.’

‘Denk je dat er nog een kans is voor haar en Zachary, nu Howard overleden is?’ vroeg Lillian. ‘Absoluut onmogelijk’, zei Freda. ‘Hij is nu helemaal in de zaken en geeft alleen nog maar om geld. Maar soms denk ik dat Angie nog steeds om hem geeft.’ Freda zuchtte. ‘Klaar om te gaan, Lillian?’ Joanie greep haar wanten en snelde naar buiten.

‘Luister, jongens’, zei Joanie, terwijl ze snakte naar adem. ‘Een lange tijd geleden waren mevrouw Angie en meneer Keene van plan om te trouwen. Maar in plaats daarvan trouwde ze meneer Atwood. Daarom gaat meneer Keene niet naar de kerk. Mevrouw Angie liet hem daar achter op hun bruiloft. En wij gaan ze weer samenbrengen, oké?’

Op zondagavond heerste er chaos in de kamer van het kerkkoor, terwijl de kinderen zich verdrongen om in hun kostuums en koorgewaden te komen. Lillian was de kinderen in het koor aan het verzamelen, toen mevrouw Angie naar haar toe stormde.

‘Waar zijn Earl en Bobby?’ vroeg ze. ‘Wat? Missen we iemand, Angie?’ ‘Twee van de jongens – Earl en Bobby’, zei ze. ‘Mijn herders.’ ‘Heb je Bobby’s zus al gevraagd?’ Mevrouw Angie, in een rode jurk, drong zich door de kinderen naar Marilyn. ‘Ze komen eraan. Maakt u zich geen zorgen, mevrouw Angie. Ze zullen hier zijn’, zei Marilyn. Om 19.25 uur stonden de kinderen in een rij in de foyer van de kerk, klaar om de zaal in te marcheren. Mevrouw Angie stond bij de deur met juten kleden over één arm en herdersstaven in haar handen.

‘Marilyn, weet je zeker dat ze komen?’ vroeg ze fluisterend. ‘Wat zal een kerstspel zijn zonder herders?’

De hoofdstraat van Northridge was die avond verlaten, op twee figuren na, die zich snel voortbewogen in het halfdonker. ‘We moeten opschieten, Earl. We kunnen niet te laat zijn’, zei Bobby. ‘Hé, is dat niet zijn auto bij ‘Keenes Handelswaar’?’

Bij de deur van de winkel duwden ze hun gezicht tegen het glas aan. Ze zagen licht komen uit het kantoor van meneer Keene. ‘Onthoud, jij bonkt op de deur en ik praat’, zei Bobby. ‘Oké’, zei Earl. Hij begon met z’n vuist te bonken op de deur. Na enkele seconden stopte hij. ‘Mijn hand is moe aan het worden’, zei hij.

‘Blijf kloppen’, zei Bobby. ‘Hij moet ons horen.’ Earl begon weer op de deur te bonken.

Op dat moment verscheen het gezicht van meneer Keene in het raam. Ze hoorden hem mopperen toen hij z’n jaszak doorzocht naar een sleutel. Met één klik zwaaide de deur open en stond hij voor hen. ‘Wat is de bedoeling hiervan?’ vroeg hij, terwijl hij woest neerkeek op de twee figuren op de besneeuwde straat. ‘Praat dan’, siste Earl, terwijl hij Bobby met z’n elleboog porde.

‘Meneer Keene, we zijn in problemen. We hebben hulp nodig’, hijgde Bobby. ‘We zouden bij de kerk moeten zijn, maar ik ben gevallen. Ik denk dat ik iets gebroken heb, en we zouden de herders zijn. Zou u ons alstublieft een lift kunnen geven naar de kerk? Zou u dat willen doen, meneer Keene? We kunnen mevrouw Angie niet teleurstellen.’

‘Mevrouw Angie, hè … Stap in de auto, jongens. Ik sluit wel af.’ Ze kwamen precies toen de laatste wijze man het pad afliep, door de deur. ‘Earl! Bobby!’ riep mevrouw Angie uit. ‘Waarom … Zachary, je bent gekomen!’ Voor een moment vergat ze de juten kleden om haar arm.

‘Earl, Bobby, trek dit snel aan.’ Ze begon het ruwe kleed over Bobby’s hoofd te trekken. ‘Hij kan niet. Hij kan geen herder zijn, Angie’, zei meneer Keene. ‘Zijn been is gewond. Het zou slechts een verzwikking kunnen zijn, maar ik denk niet dat het een goed idee is om erop te lopen.’

Mevrouw Angie staarde in meneer Keenes grijze ogen en bood het kleed aan. Zijn adem stokte en hij deed een stap achteruit. ‘Nee’, fluisterde hij. ‘Zachary, alsjeblieft. Voor deze ene keer’, pleitte ze. ‘Ik ben 25 jaar niet meer in deze kerk geweest, en wanneer ik kom, zet je me voor schut – elke keer.’

Het licht dimde en het koor begon ‘Stille Nacht’ te zingen, terwijl de twee herders het pad af begonnen te lopen. Bij de kribbe knielde de kleinste herder in het hooi. De langere stond met gebogen hoofd, terwijl z’n staf glom in het licht van de ster.

‘En er waren in hetzelfde land herders die in het veld verbleven’, zei de verteller. ‘En de heerlijkheid des Heren omstraalde hen…’

De lange herder zuchtte diep alsof hij een ongeziene last losliet. De kleine herder draaide zich om, en voordat Earl wist wat hij deed, strekte hij zich uit en nam meneer Keene bij de hand. De engel naast meneer Keene greep z’n andere hand. De wijze mannen legden hun cadeaus neer en gaven de engelen een hand totdat een kring van hemelse en aardse wezens de kribbe omringde. ‘O, laten wij aanbidden’, zong het koor.

Toen het kerstspel eindigde, liepen de ouders in een rij langs mevrouw Angie. ‘Geweldig programma, Angie’, zei Earls vader. ‘U weet beslist hoe u de kinderen kunt laten optreden’, zei Joanies moeder.

In haar ooghoek merkte Angie een eenzaam figuur op, die apart van de menigte stond. ‘Het was geweldig.’ Bobby’s moeder greep haar hand. ‘Wat u met de kinderen doet, is fantastisch.’ ‘Dank u, mevrouw Carlson.’ Nadat de menigte was uitgedund, liep Angie naar meneer Keene.

‘Zachary, hoe zou ik je ooit kunnen bedanken…’ Iets in zijn ogen bracht haar tot zwijgen. ‘Het was precies op deze plaats’, zei hij, terwijl hij in zijn woorden stikte. ‘Ik stond precies hier. Maar toen was het juni, 25 jaar geleden.’ Angie draaide zich asgrauw om, terwijl ze het zich herinnerde.

‘Ik beloofde mezelf dat ik je nooit meer zou vergeven, Angie, en ik meende…’ Zachary Keene en Angie Atwood staarden naar elkaar. Angie sloeg haar ogen neer.


‘Ik schaamde me achteraf zo diep. Ik kon niet naar je toegaan en je zeggen dat het me speet. Ik kon het niet verdragen om je onder ogen te komen.’ Ze duwde een krul uit haar gezicht. ‘Ik weet dat je me nooit hebt vergeven, want wat ik deed, was onvergeeflijk. Maar ik wil dat je weet dat het me spijt. De volgende dag had ik al spijt, en ik heb nog steeds spijt.’

Angie stopte en keek toe hoe meneer Keene in z’n vestzak voelde. ‘Het is hier ergens’, zei hij. Ze snakte naar adem toen ze een klein object zag glinsteren in zijn hand. ‘De ring’, zei hij met een kromme lach op zijn gezicht. ‘Ik heb de ring bewaard. Ik heb het bij me gehouden. En als je… Wat ik probeer te zeggen is: wil je deze ring terugnemen? Wil je mijn vrouw zijn?’

Haar schouders schokten, terwijl er tranen op haar jurk vielen en donkere vlekken maakten. De kinderen sloegen het hele tafereel van een afstandje gade. Joanie zuchtte. ‘Ik denk dat we naar huis kunnen gaan.’

‘Wie het eerste thuis is!’ riep Earl. Lachend begonnen Marilyn en Joanie achter hem aan te rennen. ‘Hé, wacht op mij’, gilde Mary Ann, terwijl ze over de ijzige weg gleed.

‘Laten we zingen’, riep Bobby. ‘Jubel het uit! De Heer is hier’, zong hij, terwijl hij met z’n armen in de lucht zwaaide. ‘Dus hemel en aarde, zingt’, zongen de anderen mee. ‘Dus hemel en aarde, zingt…’ De woorden echoden door de straten en steegjes van de stad in de stille nacht. •

Tags: