Word-voorspoedig

Word voorspoedig

God wil ons overvloedig zegenen. Maar als wij Zijn zegen willen ontvangen, is het nodig dat wij bepaalde keuzes maken. In het verhaal van Ruth lezen we hoe zij Gods overvloedige zegen ontving.

In de tijd toen Israël nog geen koning had en de rechters leidinggaven aan het volk van God, was er hongersnood. Dit zorgde ervoor dat Elimelech samen met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen naar Moab vertrokken om daar hun redding te vinden.

Nadat zij daar enige tijd waren, stierf Elimelech en bleef Naomi als weduwe achter met haar zonen in een vreemd land. Haar zonen trouwden met Moabitische vrouwen, Orpa en Ruth. Toen ze ongeveer 10 jaar in Moab waren, stierven Naomi’s zonen en bleef zij als enige van haar gezin achter in Moab.

Naomi’s verhaal is wel een droevig verhaal. Zij verliet haar land vanwege een hongersnood, zij werd weduwe en verloor ook nog eens allebei haar zonen. Ze bleef achter met twee schoondochters die geen Joden waren, in een vreemd land, met een andere taal en andere gewoontes.

In Naomi zien wij een typebeeld van het volk van Israël. Naomi was niet op de plaats waar zij moest zijn. God had een speciale plaats voor Zijn volk voorbereid. Als je bent op de plaats waar God wil dat je bent, zal Zijn zegen op je zijn. Naomi’s enige oplossing was daarom om terug te gaan naar het land dat God aan Zijn volk gegeven had.

Naomi’s keuze
Na zoveel jaren van hongersnood, kwam eindelijk het verlossende woord. God had omgezien naar Zijn volk en hen gezegend met een goede oogst. Toen Naomi dit hoorde, maakte zij de keuze om terug te gaan naar haar land. Zij vertrok samen met haar schoondochters naar Israël. Maar onderweg zei Naomi tegen haar schoondochters:

‘Gaan jullie nu maar terug naar je eigen moeder. De Here zal jullie belonen voor de liefde die jullie mijn zonen en mij hebben gegeven. De Here zal jullie zegenen met een nieuw huwelijk, zodat jullie weer veilig en beschermd zijn.’ – Ruth 1:8-9

Haar schoondochters wilden hier niets van weten en begonnen luid te huilen. Ze wilden met Naomi meegaan. Maar Naomi zei:

‘Het is beter dat jullie teruggaan. Ik zal immers geen zonen meer krijgen met wie jullie kunnen trouwen. Nee, mijn dochters, ga terug naar je ouders. Ik ben nu te oud om opnieuw te trouwen. En zelfs al werd ik zwanger en bracht ik zonen ter wereld, zouden jullie dan wachten met hertrouwen tot die oud genoeg zouden zijn? Natuurlijk niet, kinderen. Jullie lot is bitter, maar het mijne nog meer, want de Here heeft Zich tegen mij gekeerd.’ – Ruth 1:11-13

Nadat Naomi dit had gezegd, waren Ruth en Orpa opnieuw op een punt gekomen dat ze moesten kiezen. Ze stonden voor een keuze die impact zou hebben op het verloop van de rest van hun leven. Vroeg of laat moet iedereen zo’n keuze maken. Het kan een zaak zijn van leven of dood, armoede of rijkdom, eer of vernedering.

Ruths keuze
Orpa en Ruth stonden voor dezelfde keuze, maar beiden namen een andere beslissing. Orpa koos ervoor om terug naar huis te gaan. Haar leven is een typebeeld voor de mensen die het evangelie hebben gehoord, maar de prijs niet willen betalen om echt hun oude leven achter te laten.

In Ruth zien we een ander typebeeld. Zij staat voor de mensen die het evangelie hebben gehoord en bereid zijn om de prijs te betalen. Ruth was onzelfzuchtig. Ze gaf alles op om te zijn met degene die zij liefhad. Daarom zei Ruth tegen Naomi:

‘Vraag mij alstublieft niet u te verlaten. Ik wil altijd bij u blijven. Uw volk zal mijn volk zijn en uw God mijn God. Ik wil sterven waar u sterft en naast u worden begraven. God mag mij straffen als ik u verlaat vóór de dood ons scheidt!’ – Ruth 1:16-17

De sleutel tot zegen
De sleutel tot Gods overvloedige zegen en rijkdom was Ruths onzelfzuchtige liefde. Ruth gaf alles op voor een oude, arme vrouw van wie ze niets terug kon verwachten. Ruth gaf en begon te geven. Maar wat gaf Ruth? Ze was tenslotte een weduwe in een vreemd land, die zorgde voor haar oude schoonmoeder. In het materiële had Ruth niets om te geven. Maar dat weerhield haar niet om te geven wat ze had. Ze gaf haar tijd en energie.

Ruth ging naar het veld om aren op te rapen die de maaiers lieten liggen. Ruth was onbekend met de eigenaars van het veld waarop ze werkte. Het was dan ook niet zonder toeval dat Ruth werkte op het land van Boaz, een familielid van Naomi.

Tegen de avond kwam Boaz naar het land om de maaiers te begroeten. Tussen de verschillende jonge vrouwen, die achter de maaiers aanliepen, ontdekte Boaz Ruth. Boaz vroeg aan de voorman van de maaiers:

‘‘Wie is deze jonge vrouw?’ En de man vertelde wie ze was, en dat ze van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aren verzamelde. Toen Boaz dit hoorde, liep hij naar haar toe en zei: ‘Luister eens, blijf maar hier om aren te verzamelen. Je hoeft niet naar een andere akker te gaan. Loop maar vlak achter mijn arbeidsters aan. Ik heb mijn knechten gewaarschuwd dat ze je niet mogen lastigvallen. En als je dorst hebt, neem dan gerust wat water.’ – Ruth 2:8-9

Ruth vroeg aan Boaz waarom hij zo vriendelijk voor haar was, terwijl zij een vreemdeling was. Boaz antwoordde haar:

‘Ik heb gehoord wat je allemaal voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man. En ook dat je je ouders en je vaderland hebt verlaten om hier bij een vreemd volk te komen wonen. Moge de Here, de God van Israël, onder wiens vleugels je je toevlucht hebt gezocht, je hiervoor belonen.’ – Ruth 2:11-12

Boaz zorgde goed voor Ruth. Het maakte hem niet uit dat zij een vreemdeling was. Hij gaf haar overvloedig te eten en hij gaf zelfs zijn knechten de opdracht om expres meer aren te laten vallen, zodat Ruth die kon oprapen. Ruths onzelfzuchtige, gevende liefde werd rijkelijk beloond.

Boaz wilde met Ruth trouwen, maar er was volgens de Joodse wet een ander familielid van Naomi die een ‘losser’ was. Iemand die met de weduwe van de gestorvene moest trouwen om ervoor te zorgen dat het geslacht van de gestorvene niet zou uitsterven.

Boaz kon niet rechtmatig met Ruth trouwen als hij deze losser niet afzag van zijn recht om met Ruth te trouwen. Boaz handelde rechtvaardig en gaf de losser de kans om met Ruth te trouwen. Maar de losser zag van zijn recht af en gaf het recht van losser over aan Boaz.

Boaz trouwde met Ruth, waardoor zij deel kreeg aan Boaz’ rijkdom. Ruth was een vreemdeling en had geen recht op de rijkdom die zij ontving door de genade en liefde die Boaz voor haar had. Hierin is Boaz een typebeeld van Jezus, Ruth een typebeeld van de verloren mens en de losser een typebeeld van de wet.

Door de genade en liefde van Jezus kan de mens gered worden. Jezus heeft de wet recht gedaan en de verloren mens rechtmatig redding gegeven. Hierdoor mogen wij deelhebben aan de rijkdommen van onze Here.

Eerst geven
Ruth gaf alles wat ze had en daardoor werd zij enorm gezegend. Wanneer men spreekt over geven, wordt er vaak gedacht aan het geven van geld. Maar geld is niet het enige wat wij kunnen geven.

Net als Ruth kunnen we onze tijd en moeite geven. We kunnen bijvoorbeeld onze tijd geven om een zieke te bezoeken, ondanks dat we het druk hebben. Ik geloof dat God ook die tijd overvloedig aan ons zal teruggeven, als wij eerst geven. Want dit is en blijft een goddelijk principe. De Bijbel zegt:

 

‘Geef en je zult iets terugkrijgen, meer dan overvloedig zul je ervoor terugkrijgen. Met de maat waarmee je meet, zal ook jij gemeten worden.’ – Lucas 6:38

De verstandelijke mens zegt: ‘Ik ontvang liever’, of: ‘Ik moet eerst zelf geld, liefde, aandacht of wat dan ook hebben.’ Maar de Bijbel zegt:

‘Het is beter te geven dan te ontvangen.’ – Handelingen 20:35

Durf je God op Zijn Woord te vertrouwen? Vraag Hem dan wat je kunt geven. Want als wij geven, zal God ons zegenen. De apostel Paulus zegt:

‘Mijn God zal uit Zijn rijkdom in Christus Jezus je alles geven wat je nodig hebt.’ – Filippenzen 4:19

Kies ervoor om als Ruth te zijn. Laat je oude leven achter je en begin te leven in de rijkdom die God je wil geven.

Gebed
Bid met mij mee

O Here God, ik kom tot U vandaag met mijn zondige leven. U kent mij helemaal. U weet wie ik ben. Almachtige God, dank U dat U Uw lieve Zoon Jezus stuurde om voor al mijn zonden, ziekten en verdriet te sterven, zodat ik vergeven, gezond en gelukkig kan zijn. Vergeef mij op dit moment al mijn fouten en tekortkomingen. Reinig mijn hart en geweten. Met mijn hele hart geef ik mijzelf aan U. Neem mij aan als Uw kind en ik neem U aan als mijn Vader. Zorg voor mij en help mij te leven zoals U dat wilt. Vul mij met Uw goddelijke liefde, vrede en rust. Ik dank U dat U machtig bent om te voorzien in al mijn noden. Geef mij wijsheid, woon in mij en leid mij in Uw weg en in Uw waarheid. Dank U wel dat U dit alles doet. Ik loof en prijs U. Dank U, Jezus, dat U voor mij gestorven bent. Dank U! Halleluja. Amen.’

Lees ook: ‘Gered van de ondergang’

Tags:
Vorig artikel

God houdt van jou!

Volgend artikel

Gered van de ondergang