lifestyle - De geschiedenis van de Statenvertaling

De geschiedenis van de Statenvertaling

In 2010 is de Herziene Statenvertaling verschenen, met als doel om de Statenvertaling beter te kunnen begrijpen. De meeste christenen kennen de oude Statenvertaling wel. Maar hoe is zij eigenlijk ontstaan? Hier volgt de interessante geschiedenis.

De voorgeschiedenis

Uitvinding boekdrukkunst
In de 16e eeuw vond Johannes Gutenberg de boekdrukkunst uit met behulp van losse letters. Het drukproces werd beter, sneller en flexibeler. Dankzij deze uitvinding konden niet alleen boeken, maar ook pamfletten, prenten, spotprenten en politieke vlugschriften veel makkelijker en sneller in grote hoeveelheden worden gemaakt.

De Reformatie
In het midden van de 16e eeuw kwam er een hervormingsbeweging op gang in het Europese christendom. Onder leiding van Maarten Luther en Johannes Calvijn (zie kaders) verzette men zich tegen de macht van de katholieke kerk.

Deze beweging wordt ook wel de Reformatie of Hervorming genoemd. Zo ontstond er een nieuwe religieuze stroming: de protestanten. Uit de Reformatie zijn verschillende protestantse kerken ontstaan, onder andere: de Lutherse, doopsgezinde, hervormde, remonstrantse en gereformeerde kerk.


Maarten Luther
In 1517 spijkerde de Duitse monnik Maarten Luther (1483-1546) 95 stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg, Duitsland. Deze daad wordt in het algemeen gezien als het begin van de Reformatie. Luther had een aantal fundamentele bezwaren tegen de katholieke geloofsleer en de kerkelijke gebruiken.

Door de uitvinding van de boekdrukkunst, verspreidden zijn ‘vlugschriften’ zich razendsnel over Europa en kreeg veel aanhangers. Ook vertaalde hij de Bijbel in het Duits, zodat ook de ‘eenvoudige’ mensen de heilige Schriften voor zichzelf konden bestuderen.


Johannes Calvijn
Tussen 1531 en 1533 bekeerde de Franse-Zwiterse Johannes Calvijn (1509-1564) zich tot het protestantisme. Hij schreef zijn eigen geloofsleer en organiseerde in 1541 de kerk in Genève op basis van het zogenoemde ‘gemeentebeginsel’.

Dat betekent dat de kerkelijke gemeente wordt bestuurd door gekozen geestelijken en ouderlingen. Het calvinisme werd een belangrijke stroming van het protestantisme en kreeg vooral in Nederland veel aanhangers.


Opstand
In 1568 brak er in de Nederlanden opstand uit tegen de Spaanse overheersing. Naast politieke en economische oorzaken, speelden godsdienstige motieven een sterke rol. Het calvinisme had in korte tijd veel aanhangers gekregen in Nederland. De Spaanse, katholieke koning Filips II liet alle andersgelovigen streng vervolgen.

Leider van het verzet was Willem van Oranje-Nassau. In 1579 verenigden de noordelijke ‘Zeven Provinciën’ zich en zweerden Filips II af. Dit had de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) als gevolg. In 1648 kwam hieraan met de Vrede van Münster een einde. De ‘Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’ werd als onafhankelijk erkend. Deze Republiek werd bestuurd door de Staten-Generaal.

Het ontstaan van de Statenvertaling

De Nationale Synode
In het begin van de 17e eeuw waren er binnen de gereformeerde kerk heftige discussies over de juiste geloofsleer. Daarom werd er in 1618 door de Staten-Generaal een nationale kerkvergadering (synode) georganiseerd in Dordrecht. Daarin werd onder andere de algemene kerkorde vastgesteld.

Tijdens deze vergadering werd ook het besluit genomen een nieuwe vertaling van de Bijbel te maken in het Nederlands. Het zou de eerste complete Bijbelvertaling moeten worden die direct uit de grondtalen, Hebreeuws en Grieks, was vertaald.

Om dit enorme en zeer kostbare project te laten slagen, moest er samengewerkt worden tussen de Kerk en de Staat. Vertalers, bestuurders en drukkers waren er bijna twintig jaar mee bezig voordat de eerste druk in 1637 verscheen.

De Synode van Dordrecht stelde zes vertalers aan. De vertalers moesten verhuizen naar Leiden. Daar konden ze werken in de buurt van een bibliotheek en wetenschappers van de beroemde universiteit. De vertalers waren allemaal predikant en deskundig in de theologie en de Bijbelse talen. Maar ze moesten vooral ook vroom en onberispelijk zijn.

De vertalers vonden het belangrijk hun kennis over te dragen op de gewone lezer. Daarom schreven ze in de kantlijn allerlei opmerkingen over historische en geografische feiten, over de taal en over de juiste uitleg van een passage. Soms gaven ze alternatieven voor de vertaling van een woord of de letterlijke overzetting van een Hebreeuwse of Griekse zin. Dit noemen we de kanttekeningen.

De Staten-Generaal
De Staten-Generaal wilden dat de nieuwe Bijbelvertaling alleen op hun goedkeuring en gezag werd uitgegeven. De ‘Staten’ hadden als eerste een economisch belang. Ze hadden het kostbare vertaalproject compleet gefinancierd en een grote verspreiding en afzet was belangrijk voor hen.

Daarnaast waren de ‘Staten’ bang dat de heftige ruzies in de kerk slecht waren voor de introductie en acceptatie van de nieuwe vertaling. Ook wilden ze wantrouwen en discussie over de kwaliteit van de vertaling voor zijn. Daarom stond er op de titelpagina dat de vertaling ‘getrouwelijck’ was overgezet uit de oorspronkelijke talen.

De eerste druk 
Machtelt Aelbrechtsdochter, de weduwe van drukker Hillebrant Jacobsz van Wouw, nam de uitgave en verkoop van de nieuwe Bijbel voor haar rekening. Voor het drukken benaderde ze de Amsterdamse drukker Paulus Aertsz van Ravensteyn, die daarvoor met drukkerij en al naar Leiden moest verhuizen.

Het drukken duurde ongeveer anderhalf jaar. Van Ravensteyn werkte met drie zetters, vier drukkers en in de slotfase met drie persen tegelijk. In 1637 was het zover en verscheen de eerste druk van de nieuwe vertaling, die de ‘Statenvertaling’ werd genoemd. De eerste volledige uitgave met kanttekeningen was gedrukt op zwaar papier in groot formaat. De tekst was gezet in gotische letter.

De overheid en de kerk voerden een actief beleid om de Statenvertaling op grote schaal te verspreiden onder de bevolking en in het onderwijs. Op school leerden kinderen lezen en schrijven met behulp van de nieuwe vertaling. Thuis werd er drie keer per dag uit voorgelezen. Zondags in de kerk en op de catechisatie (godsdienstonderwijs) werd er weer uit de Bijbel gelezen. Het kon dus niet anders of de Statenvertaling moest wel een taalvormende invloed hebben op de ontwikkeling van het Nederlands.

Oudtestamenticus drs. L.B.C. Boot (zie kader) zegt hierover: ‘De Statenvertaling heeft ongetwijfeld een vrij grote rol gespeeld bij de totstandkoming van het Algemeen Verzorgd Nederlands, vroeger het ABN geheten. Deze vertaling is eeuwenlang de standaardvertaling gebleven in de brede stroom van het protestantisme. Op de scholen, in de kerken. Dit in een tijd waarin er geen sprake was van een Algemeen Verzorgd Nederlands, maar elke streek en provincie zijn eigen dialect sprak. Dat een Groninger uit dezelfde Bijbel las als een Brabander, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de uniformering van het Nederlands.’

Talloze uitdrukkingen en spreekwoorden komen uit de Statenvertaling en zijn tot op de dag van vandaag terug te vinden in onze taal.


Onze taal
Veel hedendaagse, bekende uitdrukkingen komen uit de Statenvertaling. Sommige zijn letterlijk vertaald uit het Hebreeuws of Grieks, terwijl andere al langer bestonden in de Nederlandse spreektaal.

De bekendste uitdrukkingen op een rijtje: ‘Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in’ (Spreuken 26:27); ‘Als een dief in de nacht’ (1 Thessalonicenzen 5:2); ‘Op twee gedachten hinken’ (1 Koningen 18:21); ‘In het duister tasten’ (Job 12:25); ‘Een rib uit je lijf’ (Genesis 2:22); ‘Een lust voor het oog’ (Genesis 3:6); ‘Er is niets nieuws onder de zon’ (Prediker 1:9); ‘Waar het hart vol van is, loopt de mond van over’ (Mattheüs 12:34).


In het dagelijks leven
In vroegere eeuwen lag een Bijbel niet kant en klaar op de planken van een boekwinkel. Een Bijbeluitgave kon men op maat laten samenstellen. Wie zijn uitgave van de Statenvertaling mooier wilde maken, kon bijvoorbeeld een mooie prenten- of kaartenserie laten bijbinden. De buitenkant werd vaak versierd met zilveren of gouden sloten en hoekbeslag. Om de aanschaf van een Bijbel voor iedereen mogelijk te maken, verschenen er ook uitgaven in klein formaat en zonder kanttekeningen.

Naast Bijbels verschenen er veel losse prenten met Bijbelse afbeeldingen. Series prenten werden gebundeld in prentbijbels of samen met een kaartenserie bijgebonden in de Statenvertaling. Zo kwam ook het uitgebeelde ‘Woord van God’ in de huiskamers van het gewone volk terecht. De Bijbelse afbeeldingen op de prenten waren een inspiratiebron voor de beschildering van huisraad en allerhande gebruiksvoorwerpen.

De Herziene Statenvertaling
Omdat de spelling van de Nederlandse taal in de loop van de tijd verandert, is de Statenvertaling door de jaren heen verschillende keren ‘hertaald’, zoals in 1888 (Jongbloed-editie) en in 1977 (Statenvertaling-1977).

Om de huidige en de komende generatie lezers van de Statenvertaling een betrouwbare en begrijpelijke vertaling te kunnen bieden, ontstond in 1998 op een predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond het idee van een Herziene Statenvertaling.

Drs. Boot: ‘Begin 2002 heeft de Gereformeerde Bond de Stichting Herziening Statenvertaling in het leven geroepen. In juni van datzelfde jaar is met het werk begonnen. Twee vertalers begonnen met de herziening van de Statenvertaling, een brontekstkenner en een neerlandicus. Vervolgens werd de tekst besproken in een soort klankbordgroep en werden correcties doorgevoerd. Daarna kwam de tekst terecht bij twee bestuursadviseurs, die de tekst controleerden op consistentie en eenheid binnen het geheel van de Bijbel. Uiteindelijk stelde het bestuur de tekst vast, samen met twee bestuursadviseurs. Het team van brontekstkenners, neerlandici, bestuursleden en correctoren bestond uiteindelijk uit meer dan 50 personen.’


Over drs. L.B.C. Boot
Drs. L.B.C. (Elbert) Boot heeft gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht en de Theologische Universiteit van Apeldoorn en is oudtestamenticus. Als ‘hertaler’ heeft hij meegewerkt aan de totstandkoming van de Herziene Statenvertaling (HSV). ‘Ik heb de eerste hertaling geleverd van de Kleine Profeten en heb het Bijbelboek Ezechiël hertaald. Verder heb ik als coördinator van het Oude Testament de klankbordgroepen aangestuurd en vormde ik met dr. Reinier de Blois het team van bestuursadviseurs. Wij bewaakten de consistentie van de HSV en de geformuleerde vertaalregels. Ook zijn alle teksten en wijzigingen door ons doorgevoerd. 


In de loop van 2010 was deze hertaling klaar, en op 4 december 2010 is zij in Dordrecht officieel gepresenteerd.

Waarom?
Tot slot de vraag: wat maakt de Statenvertaling anders dan andere Bijbelvertalingen? Drs. Boot: ‘De Statenvertaling wil zo letterlijk mogelijk en zo vrij als nodig de oorspronkelijke tekst volgen. Dat blijkt uit de vele Hebreeuwse en Griekse zegswijzen in de Statenvertaling.

De NBG-vertaling heeft al veel van deze Hebreeuwse en Griekse zegswijzen niet meer opgenomen. De NBV-vertaling is nog meer gericht op het hedendaags Nederlands en wil de oorspronkelijke tekst in zo duidelijk mogelijk Nederlands weergeven.

De Statenvertaling, en daarmee ook de Herziene Statenvertaling, wil zo dicht mogelijk bij de grondtekst blijven, zonder dat dit onbegrijpelijk Nederlands oplevert. Waar dat onmogelijk bleek, is in de Statenvertaling gekozen voor een kanttekening in de marge en in de Herziene Statenvertaling voor een voetnoot. Zo blijft de tekst leesbaar en is in de marge de letterlijke vertaling van de tekst weergegeven.’

 

Tags: