Het hart in de rust
Het vinden van rust voor je ziel kan een hele zoektocht zijn als je niet weet waar je het moet zoeken. Gelukkig is de Bijbel daarin heel duidelijk. Wij kunnen rust vinden voor onze ziel door geloof. Lees in dit artikel van F.B. Meyer hoe ook jouw hart tot rust kan komen door op God te vertrouwen.
Rust door geloof
‘Maar wíj hebben het geloofd, en daarom gaan wij die rust wél binnen.’ – Hebreeën 4:3a (BB)
Het geloof heeft ‘twee handen’. Met de ene hand is het geloof altijd bezig te overhandigen. Met de andere hand is geloof altijd bezig naar beneden te reiken om in onze nood te voorzien.
Wij hebben een op en neer leven. In Jakobs droom zag hij hoe de engelen de ladder opstegen en weer afdaalden. Als het ware droegen ze Jakobs zorgen omhoog en brachten ze Gods hulp aan hem beneden. Dit zijn deze twee richtingen die je in je leven hebt.
We moeten ontdekken wat het is om neer te knielen voor God en tegen Hem te zeggen: ‘Vader, neem dit van mij over.’ En het dan ook met één besliste handeling de zorgen aan God te overhandigen en bij Hem te laten.
‘WANNEER JE GOD ECHT VERTROUWT, DAN LEG JE JE PROBLEEM IN ZIJN HANDEN EN DAN MAAK JE JE GEEN ZORGEN MEER.’
Werkelijk loslaten
Een mevrouw had de gewoonte om bij haar bed te knielen om alles bij God neer te leggen. Maar daarna sprong ze in bed en trok al haar zorgen weer met zich mee. Dat was natuurlijk niet de beste weg. Wanneer je God echt vertrouwt, dan leg je je probleem in Zijn handen en maak je je geen zorgen meer. En dan val je de Heer er ook niet langer mee lastig.
Er is één ding waar ik echt niet tegen kan. Dat is als iemand tegen mij zegt: ‘Zou je dit voor mij willen doen?’ En als ik dan ‘ja’ zeg, dat die persoon mij blijft achtervolgen met berichten of ik het kan doen. Ik zeg dan: ‘Die man vertrouwt mij niet!’
Wanneer ik dus werkelijk een probleem aan God heb overgegeven, dan moet ik het bij Hem laten. Ik mag me er dan geen zorgen meer over maken, want ik wil niet dat God denkt dat ik Hem niet vertrouw. Maar wat ik wél doe, is naar Hem blijven kijken, omdat ik niet anders kan en dan zeg ik: ‘God, mijn vertrouwen is op U.’
Mijn hond heeft zo’n vertrouwen. Tijdens het avondeten viel hij me altijd erg lastig, want hij wilde voedsel van mij loskrijgen. Maar op deze manier kreeg hij nooit iets van mij. Maar kortgeleden heeft hij zich iets eigen gemaakt, waardoor ik mij altijd laat overwinnen. Hij zit dan braaf onder de tafel en legt zijn poot op mijn knie. Hij blaft niet, springt niet alle kanten op en blijft me niet hinderen. Alles wat hij doet, is onder de tafel zitten met die ene poot op mijn knie en dat verovert mij. Ik kan er geen weerstand aan bieden. Hoewel mijn vrouw zegt dat ik het niet moet doen, blijf ik lekkere stukjes voedsel onder de tafel schuiven.
Dat is de manier waarop wij moeten leven – met onze hand op Gods knie. Zeg tegen Hem:
‘Mijn God, ik zal me geen zorgen maken. Ik zal U niet lastigvallen, maar hier is mijn hand. Ik wacht rustig af tot de tijd komt dat U mij het verlangen van mijn hart geeft.’
Dit artikel is geschreven door F.B. Meyer en genomen uit het boek ‘Zij wandelden met God’.
