Vrouwenrecht

Maria Woodworth-Etter – Geloofslessen van de Oude Leermeesters

Tegenwoordig werken er veel vrouwen in het evangelie. Maar vroeger, in de tijd dat Maria Woodworth-Etter (1844-1924) leefde, was dat totaal niet het geval. Vrouwen hadden niet het recht om te prediken, was de gedachte binnen de kerk van toen. Maar wat zegt de Bijbel over vrouwenrecht?

Pinksteren
‘Op de Pinksterdag waren zij allemaal bij elkaar gekomen. Ineens kwam er uit de hemel een geluid, alsof er een storm opstak. Het was in het hele huis te horen. Zij zagen iets wat op tongen van vuur leek; vlammen die zich boven ieder van hen verspreidden. Zij werden allemaal vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken: woorden die de Heilige Geest hun ingaf.’ – Handelingen 2:1-4

Er was iets wonderlijks aan de gang. Massa’s mensen kwamen uit de steden binnenstormen om te zien wat er aan de hand was. Ze zagen deze mannen en vrouwen; hun gezicht straalde van de glorie van God. Ze hadden allemaal het verlangen om te vertellen wat God voor hen en de wereld had gedaan.

Er waren ook mensen die tegen God in gingen. Ze maakten hen belachelijk en zeiden: ‘Deze mensen zijn gek; ze zijn dronken van de zoete wijn’ (zie Handelingen 2:12-13). Petrus stond op om de menigte toe te spreken. Hij herinnerde de mensen aan de woorden van de profeet Joël:

‘Daarna zal Ik Mijn Geest over alle mensen uitstorten. Uw zonen en dochters zullen Gods woorden spreken. Oudere mannen zullen betekenisvolle dromen hebben en uw jonge mannen zullen visioenen zien. Ik zal Mijn Geest óók uitstorten op uw slaven, mannen zowel als vrouwen.’ – Joël 2:28-29

Vrouwen in het evangelie
Paulus spreekt alsof het heel gewoon is voor vrouwen om te prediken en te profeteren.

‘Als een vrouw bidt of namens God spreekt …’ – 1 Korinthiërs 11:5

‘Deze broeder (Filippus) had vier ongetrouwde dochters, die vaak woorden van God doorgaven en dus profetessen waren.’ – Handelingen 21:9

Paulus werkte, meer dan de apostelen, samen met vrouwen in het evangelie. Priscilla en Febe reisden met Paulus mee, terwijl ze predikten en de gemeenten opbouwden (zie Handelingen 18:2, 18, 25 en Romeinen 16). Toen Febe werd geroepen naar de stad Rome, kon Paulus niet met haar meegaan. Maar hij waakte wel over haar reputatie door haar aan te bevelen:

‘Ik wil Febe bij u aanbevelen. Zij is een fijne zuster, die veel goed werk in de gemeente van Kenchreeën doet. Ontvang haar zoals het gelovigen past. Zij dient dezelfde Heer als u. Help haar in alles waarbij zij uw hulp nodig heeft, want zij heeft al veel voor anderen gedaan en ook voor mij.’ – Romeinen 16:1-2

Dit laat zien dat zij de autoriteit had om zaken te doen in de kerk en dat ze succesvol was geweest in het winnen van zielen voor Jezus. Paulus schaamde zich niet om te zeggen dat zij hem had bemoedigd. Met de grootste lof sprak hij over enkele zusters die trouwe werkers waren in het werk van de Heer en hun leven hadden gewaagd om zielen te redden. Niet alleen Paulus, maar alle plaatselijke gemeenten waren deze vrouwen dankbaar.

Debora, de profetes
Er waren verschillende vrouwen die profetessen waren (zie Lucas 2:36 en 2 Koningen 22:13-15). In Richteren lezen we:

‘In die tijd was Debora richter over Israël. Ze was een profetes en was getrouwd met Lappidot.’ – Richteren 4:4

Let op de verantwoordelijke positie die God haar had gegeven om de kinderen van Israël te richten. Omdat het volk van Israël had gezondigd, streed God niet langer voor hen. Twintig jaar lang stonden volkeren tegen hen op en daagden hen uit om te komen strijden. Barak, de legeraanvoerder, durfde de strijd niet aan te gaan, tenzij Debora hen zou leiden. Deze dappere vrouw, die altijd bereid was om de zaak van God te verdedigen, zei: ‘Ik ga met u mee.’

Debora reed met Barak aan het hoofd van het leger, terwijl ze al de overwinning uitriep. Ze veegde door de vijandelijke linies heen en zaaide dood en verderf, totdat Sisera, de generaal van het vijandelijke volk, van zijn wagen sprong en vluchtte voor zijn leven. Hij werd vermoord door een vrouw genaamd Jaël. Het hele leger van Sisera werd met het zwaard gedood; niet één bleef er over om de nederlaag na te kunnen vertellen (zie Richteren 4:4-22).

Ook koningin Esther was een moedige vrouw. Met gevaar voor eigen leven kwam ze in het hof van de koning op voor haar volk. Het resultaat was dat het bevel van de koning werd teruggedraaid, waardoor zij het leven redde van de hele Joodse natie.

De vrouwen bij Jezus’ opstanding
Toen Jezus gekruisigd werd, hadden de bange discipelen Hem allemaal in de steek gelaten en waren gevlucht. Petrus had de Redder verloochend en gezworen dat hij Hem nooit had gekend. Maar veel vrouwen hadden Jezus gevolgd en stonden bij het kruis toen Hij stierf. Ook waren ze er getuige van toen Zijn lichaam in het graf werd gelegd en een grote steen voor de ingang werd gerold (zie Mattheüs 27:55-61).

Deze vrouwen gingen verdrietig en met een gebroken hart naar huis, maar kwamen terug om hun dierbare Vriend de laatste eer te bewijzen. Ze brachten de nacht door met het bereiden van specerijen om het lichaam van hun Heer te balsemen. Vroeg in de ochtend gingen ze naar het graf toe. Tot hun grote verbazing troffen ze het graf leeg aan; hun Here was er niet meer. En terwijl ze huilden, stonden er plotseling twee engelen bij hen, die zeiden:

‘U hoeft niet bang te zijn. Ik weet dat u Jezus zoekt, die gekruisigd is, maar Hij is hier niet meer. Hij is weer levend geworden, zoals Hij had gezegd. Kom maar kijken waar Hij heeft gelegen. Ga nu vlug aan Zijn leerlingen vertellen dat Hij uit de dood is opgestaan. Zeg ook tegen hen dat Hij naar Galilea gaat, daar zal Hij hen ontmoeten. Dit kwam ik u vertellen.’ – Mattheüs 28:5-7

Met blijdschap gingen zij op weg. Ze konden niet snel genoeg lopen om Jezus’ leerlingen het goede nieuws te vertellen. Terwijl ze onderweg waren, ontmoette Jezus hen, en zij vielen neer voor Zijn voeten en aanbaden Hem. Hij zei:

‘Wees maar niet bang. Vertel Mijn broeders dat zij meteen naar Galilea moeten vertrekken. Daar zullen zij Mij ontmoeten.’ – Mattheüs 28:10

Merk op dat Jezus deze zwakke vrouwen een geweldige opdracht toevertrouwde, om de eerste opstandingsboodschap te brengen. Ze zetten hun leven op het spel door de volgelingen van Jezus samen te brengen. Maar, zoals velen vandaag, wilden zij niet geloven. Thomas zei:

‘Ik kan het pas geloven, als ik de wonden van de spijkers in Zijn handen zie en met mijn eigen hand voel dat Hij een wond in Zijn zij heeft!’ – Johannes 20:25

Ondanks alle ontmoediging, gingen deze vrouwen door met het werk en hadden groot succes. Zij waren geroepen door engelen en Jezus Christus Zelf, en waren gestuurd om het evangelie te vertellen. De namen van vier vrouwen zijn bij ons bekend, en er waren nog vele anderen (zie Lucas 24:10 en Marcus 16:1). God roept vandaag de Maria’s en de Martha’s over de hele wereld om op verschillende plaatsen in Zijn Koninkrijk te werken. Het is mijn gebed dat zij zullen antwoorden:

‘Hier ben ik, zend mij.’ – Jesaja 6:8

De Samaritaanse vrouw
Terwijl Jezus bij de waterput van Jakob zat om te rusten, kwam er een arme, zondige vrouw naar de bron om water te putten. Hoewel de mensen in haar omgeving op haar neerkeken, kwam Jezus om het verlorene te zoeken. Jezus predikte redding, en de vrouw kwam tot bekering. Ze liet haar kruik staan en rende naar de stad om de mensen over de Messias te vertellen, terwijl haar gezicht straalde van Gods glorie. Ze zei:

‘Er is daar Iemand die mij wist te vertellen wat ik in mijn leven allemaal gedaan heb. Zou Hij de Christus kunnen zijn?’ – Johannes 4:29

Misschien dat mensen haar een uur daarvoor nog hadden gekleineerd; nu zagen en voelden ze de verandering. De mensen stopten met waar ze op dat moment mee bezig waren en kwamen massaal naar buiten om de Redder van de wereld te zien. Jezus bleef twee dagen in deze plaats en veel mensen kwamen tot geloof. Er was daar bij de waterput een geweldige opwekking. Dit was het resultaat van maar één preek van een arme vrouw. Ze kwamen bij haar en zeiden:

‘Wij geloven nu ook in Hem, maar niet alleen door wat u ons hebt verteld. We hebben Hem nu zelf gehoord en weten dat Hij werkelijk de Redder van de wereld is.’ – Johannes 4:42

Beste lezeres, als je deze woorden leest, bid ik dat je door Gods Geest het werk zal doen dat God jou heeft toevertrouwd. Het is de hoogste tijd dat vrouwen hun licht laten schijnen, hun verborgen talenten naar buiten brengen en ze gebruiken tot eer van God. Laten we doen wat onze hand vindt om te doen, terwijl we op God vertrouwen voor kracht. Hij heeft namelijk gezegd:

‘Ik zal altijd voor je zorgen, Ik zal je nooit in de steek laten.’ – Hebreeën 13:5

Over Maria Woodworth-Etter
Maria Woodworth-Etter (1844-1924) wordt ook wel ‘de grootmoeder van de pinksterbeweging’ genoemd. Meer dan 40 jaar lang reisde ze door heel Amerika, terwijl ze duizenden predikingen bracht tijdens massale opwekkingssamenkomsten. Door haar bediening zijn velen gered, genezen en gedoopt in de Heilige Geest. In 1918 richtte ze de Tabernacle kerk op in Indianapolis, Indiana (USA). Deze kerk (nu de Lakeview Church) is vandaag nog altijd een bloeiende gemeente.

Over het leven en de bediening van Maria Woodworth-Etter is een boek verschenen: Grotere werken zult gij doen! Klik hier voor meer informatie.

Lees ook: Getuigen van Jezus: Maria Woodworth-Etter’

Tags:
Vorig artikel

God houdt van jou!

Volgend artikel

Leven zonder angst