Studie - Geloofslessen van de oude leermeesters

Maria Woodworth-Etter – Geloofslessen van de Oude Leermeesters

Over Maria Woodworth-Etter
Maria Woodworth-Etter (1844-1924) wordt ook wel ‘de grootmoeder van de pinksterbeweging’ genoemd. Meer dan veertig jaar lang reisde ze door heel Amerika, terwijl ze duizenden preken bracht tijdens massale opwekkingssamenkomsten. Door haar bediening zijn veel zondaars tot bekering gekomen, ontelbare zieken genezen en velen gedoopt in de Heilige Geest. In 1918 richtte ze de Tabernacle kerk op in Indianapolis, Indiana (USA). Deze kerk (nu de Lakeview Church) trok veel toekomstige leiders van de opwekking en is vandaag een bloeiende gemeente met zo’n 2000 leden.

Tegenwoordig zijn er veel vrouwen werkzaam in het evangelie. Maar vroeger, in de tijd dat Maria Woodworth-Etter leefde (1844-1924), was dat totaal niet het geval. Vrouwen hadden niet het recht te prediken, was toen de gedachte binnen de kerk. Maar wat zegt de Bijbel over vrouwenrecht?

Pinksteren
‘Op de Pinksterdag waren zij allemaal bij elkaar gekomen. Ineens kwam er uit de hemel een geluid, alsof er een storm opstak. Het was in het hele huis te horen. Zij zagen iets wat op tongen van vuur leek; vlammen die zich boven ieder van hen verspreidden. Zij werden allemaal vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken: woorden die de Heilige Geest hun ingaf.’ – Handelingen 2:1-4

‘Zij waren buiten zichzelf en wisten niet wat zij ervan moesten denken. Zij zeiden tegen elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ ‘Die mensen hebben vast te veel zoete wijn gedronken,’ lachten sommigen schamper.’ – Handelingen 2:12-13

Petrus stond op om de zaak van Christus te verdedigen. Hij verwees naar Joël 2:28-29:

‘En daarna zal Ik Mijn Geest over alle mensen uitstorten. Uw zonen en dochters zullen Gods woorden spreken. Oudere mannen zullen betekenisvolle dromen hebben en uw jongemannen zullen visioenen zien. Ik zal mijn Geest óók uitstorten op uw slaven, mannen zowel als vrouwen.’

De Heilige Geest werd in Zijn volheid uitgestort op Jezus Christus, zodat Hij Zijn taak als Redder van de wereld kon volbrengen (Jesaja 61:1, Mattheüs 3:16, Handelingen 10:38). Vandaag mogen ook alle gelovigen in Christus de volheid van de Heilige Geest ervaren in hun leven (Mattheüs 3:11, Handelingen 2:33,38-39, Galaten 3:13-14). De Heilige Geest werd uitgestort op alle vlees. Dat betekent: mannen én vrouwen, jongens én meisjes.

Vrouwen in het evangelie
Paulus spreekt alsof het heel gewoon is voor vrouwen om te prediken en te profeteren. ‘Maar als een vrouw bidt of namens God spreekt met een onbedekt hoofd, is dat een schande voor haar hoofd.’ (1 Korinthiërs 11:5). ‘Deze broeder (Filippus) had vier ongetrouwde dochters, die vaak woorden van God doorgaven en dus profetessen waren.’ (Handelingen 21:9).

Paulus werkte, meer dan enig ander van de apostelen, met vrouwen in het evangelie. Priscilla en Phebe reisden met Paulus mee, terwijl ze predikten en de gemeenten opbouwden (zie Handelingen 18:2,18,25 en Romeinen 16).

Toen Phebe werd geroepen tot de stad Rome, kon Paulus niet met haar meegaan, maar waakte wel over haar reputatie. Hij schreef een aanbevelingsbrief:

‘Ik wil Phebe bij u aanbevelen. Zij is een fijne zuster, die veel goed werk in de gemeente Kenchreeën doet. Ontvang haar zoals het gelovigen past. Zij dient dezelfde Heer als u. Help haar in alles waarbij zij uw hulp nodig heeft, want zij heeft al veel voor anderen gedaan en ook voor mij.’ – Romeinen 16:1-2

Dit laat zien dat zij de autoriteit had om zaken te doen in de kerk en dat ze succesvol was geweest in het winnen van zielen voor Jezus. Paulus schaamde zich niet om te zeggen dat zij hem had bemoedigd.

Met de grootste lof sprak hij over enkele zusters die trouwe werkers waren in het werk van de Heer en hun leven hadden gewaagd om zielen te redden. Niet alleen Paulus, maar alle plaatselijke gemeenten waren deze vrouwen dankbaar.

Moeten vrouwen zwijgen?
Paulus zei ook: ‘Laat uw vrouwen zwijgen in de kerk.’ Dit is wat de wet zei. Maar wij zijn nu niet langer onder de wet, maar onder de genade. Paulus verwees hier naar de onrust in de kerk en dat het een schande is om vragen op te roepen en gekibbel te hebben in het huis van God.

Hij schreef aan de broeders:

‘Ik heb gehoord dat er, wanneer u bijeenkomt, nogal wat onenigheid is. En ik geloof wel dat er iets van waarheid in is.’ – 1 Korinthiërs 11:18

De meest misbruikte tekst tegen vrouwelijke predikers
In de gemeente te Korinthe waren meerdere vrouwelijke predikers die spraken en met de mensen baden (1 Korinthiërs 11:4-5). Dat betekent dat de woorden van Paulus in 1 Korinthiërs 14:34-35 niet verwijzen naar hun prediking van het evangelie, maar naar de verstoring van de samenkomst.

Het was juist zo dat de vrouwen tijdens de dienst tegen hun mannen zaten te praten. Paulus heeft vrouwen nooit buitengesloten van de prediking van het evangelie, zolang vrouwen hun plaats in de gemeente kennen, en niet de autoriteit van de aangestelde mannen ondermijnen.

Deborah, de profetes
Er waren verscheidene vrouwen die profetessen waren (zie Lucas 2:36 en 2 Koningen 22:13-15). In Richteren 4:4 lezen we:

‘In die tijd was Debora richter over Israël. Ze was een profetes en was getrouwd met Lappidot.’

Let op de verantwoordelijke positie die God haar had gegeven om de kinderen van Israël te richten. Omdat het volk van Israël had gezondigd, streed God niet langer voor hen. Twintig jaar lang stonden volken tegen hen op en daagden hen uit om te komen strijden.

Barak, de legeraanvoerder, durfde de strijd niet aan te gaan, tenzij Deborah hen zou leiden. Deze dappere vrouw, die altijd bereid was om de zaak van God te verdedigen, zei: ‘Ik ga met u mee.’ Deborah reed met Barak aan het hoofd van het leger, terwijl ze voor het gevecht al de overwinning uitriep.

Ze veegde door de vijandelijke linies heen en zaaide dood en verderf, totdat Sisera, de krijgsoverste van het vijandelijke volk, van zijn wagen sprong en vluchtte voor zijn leven. Hij werd vermoord door een vrouw met de naam Jaël. Het hele leger van Sisera werd met het zwaard gedood; niet één bleef er over om de nederlaag na te kunnen vertellen (zie Richteren 4:4-22).

Ook koningin Esther was een moedige vrouw. Met gevaar voor eigen leven pleitte ze in het paleis van de koning voor haar volk. Het resultaat was dat het bevel van de koning werd teruggedraaid, waardoor zij de levens van alle Joden redde.

Vrouwen bij Jezus’ opstanding
Toen Jezus gekruisigd werd, hadden de bange discipelen Hem allemaal in de steek gelaten en waren gevlucht. Petrus ontkende en zwoer dat hij de Redder nooit gekend had. Maar veel vrouwen waren Jezus gevolgd en stonden bij het kruis toen Hij stierf.

Ook waren ze erbij toen Zijn lichaam in het graf werd gelegd en een grote steen voor de ingang werd gerold (zie Mattheüs 27:55-61). Deze vrouwen gingen bedroefd en met een gebroken hart naar huis, maar kwamen terug om hun geliefde Vriend de laatste eer te bewijzen.

De hele nacht waren de vrouwen bezig met het klaarmaken van specerijen om het lichaam van hun Heer te balsemen. Voor het aanbreken van de dag gingen ze naar het graf toe. Tot hun grote verbazing troffen ze het graf leeg aan; hun Here was er niet meer.

En terwijl ze huilden, stonden er plotseling twee engelen bij hen, die zeiden:

‘U hoeft niet bang te zijn. Ik weet dat u Jezus zoekt, die gekruisigd is, maar die is hier niet meer. Hij is weer levend geworden, zoals Hij had gezegd. Kom maar kijken waar Hij heeft gelegen. Ga nu vlug aan Zijn leerlingen vertellen dat Hij uit de dood is opgestaan. Zeg ook tegen hen dat Hij naar Galilea gaat, daar zal Hij hen ontmoeten.’ – Mattheüs 28:5-7

Met blijdschap gingen zij op weg. Ze konden niet snel genoeg lopen om de discipelen het goede nieuws te vertellen. Terwijl ze onderweg waren, ontmoette Jezus hen, en zij vielen neer voor Zijn voeten en aanbaden Hem. Hij zei:

‘Wees maar niet bang. Vertel mijn broeders dat zij meteen naar Galilea moeten vertrekken. Daar zullen zij Mij ontmoeten.’ – Mattheüs 28:10

Merk op dat Jezus deze vrouwen een geweldige opdracht toevertrouwde, om de eerste opstandingsboodschap te brengen; om hun leven op het spel te zetten door de volgelingen van Christus samen te brengen. Maar, net als velen vandaag, wilden zij niet geloven. Thomas zei:

‘Ik kan het pas geloven, als ik de wonden van de spijkers in Zijn handen zie en met mijn eigen hand voel dat Hij een wond in Zijn zij heeft!’ – Johannes 20:25

Ondanks alle ontmoediging, gingen deze vrouwen door met het werk en hadden groot succes. Zij waren geroepen door engelen en de Here Jezus Christus Zelf, en waren gestuurd om het evangelie te verkondigen. De namen van de vier vrouwen zijn niet bekend, en er waren vele anderen (zie Lucas 24:10 en Marcus 16:1).

God roept vandaag de Maria’s en de Martha’s over de hele wereld om op verschillende plaatsen in Zijn Koninkrijk te werken. Dat God hun hart zal voorbereiden en dat zij zullen antwoorden:

‘Hier ben ik, zend mij.’ – Jesaja 6:8

De Samaritaanse vrouw
Terwijl Jezus bij de waterput van Jakob zat om te rusten, kwam er een arme, zondige vrouw naar de bron om water te putten. De mensen in haar omgeving zagen op haar neer. Ondanks dat kwam Jezus om het verlorene te zoeken en om de gevallenen op te richten.

Jezus predikte redding, en de vrouw kwam tot bekering. Ze liet haar kruik staan en rende naar de stad om de mensen over de Messias te vertellen. Haar gezicht straalde van Gods glorie. ‘Kom mee! Er is daar Iemand die mij wist te vertellen alles wat ik in mijn leven allemaal gedaan heb. Zou Hij de Christus kunnen zijn?’ (Johannes 4:28-29) zei de vrouw.

Misschien dat de mensen een uur daarvoor nog op haar neerkeken, maar nu zagen en voelden ze een verandering. De mensen stopten met wat ze aan het doen waren en kwamen in grote aantallen naar buiten om de Redder van de wereld te zien.

Jezus bleef twee dagen in deze plaats en veel mensen kwamen tot geloof. Er was daar bij de waterput een geweldige opwekking. Dit was het resultaat van maar één prediking van een arme vrouw. Ze kwamen naar haar toe en zeiden:

Wij geloven nu ook in Hem, maar niet alleen door wat u ons hebt verteld. We hebben Hem nu zelf gehoord en weten dat Hij werkelijk de Redder van de wereld is.’ – Johannes 4:42

Lieve lezer (en in het speciaal lezeres), ik bid dat wanneer je deze woorden leest, de Geest van God over je zal komen en je zal voorbereiden om het werk te doen dat de Heer je heeft gegeven. Het is de hoogste tijd dat vrouwen hun licht laten schijnen, hun verborgen talenten naar buiten brengen en ze gebruiken tot eer van God.

Laten we doen wat onze hand vindt om te doen, terwijl we op God vertrouwen voor kracht. Want Hij heeft gezegd:

‘Ik zal altijd voor je zorgen, Ik zal je nooit in de steek laten.’ – Hebreeën 13:5

Over het leven en de bediening van Maria Woodworth-Etter is een boek verschenen: Grotere werken zult gij doen! Klik hier voor meer informatie.

Tags:
Vorig artikel

De kracht van zegen en hoop

Volgend artikel

De kracht van gebed