NL-online-china

China voor Christus

James Hudson Taylor (1832-1905) was een Britse zendeling en arts, die als eerste het evangelie naar de binnenlanden van China bracht. Meer dan vijftig jaar lang verkondigde hij het evangelie en richtte vele kerken op. Ook was hij oprichter van de zendingsorganisatie China Inland Mission.

Zijn bekering
Hudson Taylor werd geboren in Barnsley, Yorkshire, Engeland. Hij groeide op met het christelijke geloof. Zijn vader was apotheker en predikant in een lokale methodistenkerk. ­Hudson ging trouw met hen mee naar de kerk, maar vond het religieuze leven van zijn ouders eigenlijk maar saai. Maar op een dag was hij alleen thuis en zocht iets om te lezen. Hij zag een christelijk traktaat liggen en begon het te lezen.

Op hetzelfde moment was zijn moeder, meer dan 100 kilometer verderop, oprecht aan het bidden voor de redding van haar zoon. Hudson, toen 15 jaar oud, werd getroffen door de woorden: ‘het volbrachte werk van Jezus’. Hij werd ervan overtuigd dat hij niets anders kon doen dan op zijn knieën vallen en Jezus aannemen als zijn Redder. Dit was de dag dat hij gered werd.

Zijn voorbereiding
Een paar maanden na zijn bekering wijdde hij zich helemaal toe aan het werk van de Heer. China was het land waarvoor God hem riep. Hij wist toen nog niet dat zijn vader jarenlang had gebeden dat zijn zoon als zendeling naar China zou gaan.

China was op dat moment een gesloten land en hij had nog geen idee hoe hij daar zou moeten komen. Door het lezen van boeken ging hij zich meer in dit land verdiepen. Hij kwam erachter dat medische zorg erg belangrijk was.

Daarom besloot Hudson als voorbereiding medicijnen te gaan studeren. Hij werkte tijdens zijn studie als assistent van een dokter in een ziekenhuis in Hull, een Britse havenstad. In deze periode leerde Hudson dat hij God kon vertrouwen op Zijn Woord.

Op een dag werd hij laat in de avond geroepen om te bidden met een zieke vrouw met hongerige kinderen. Terwijl hij probeerde te bidden, kreeg hij de woorden nauwelijks uit zijn mond. Hij was namelijk in het bezit van een zilveren munt, die hun lijden een beetje zou kunnen verlichten. ‘Hypocriet!’ hoorde hij zijn geweten veroordelend tot hem zeggen. ‘Je vertelt mensen over een goede en liefhebbende Vader in de hemel, maar je bent zelf niet eens bereid om Hem te vertrouwen zonder je geld!’ Hij gaf hun zijn laatste munt.

Het enige wat hij nog had, was een kom havermoutpap. Terwijl hij die laatste maaltijd at, herinnerde hij zich de Bijbeltekst: ‘Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HERE’ (Spreuken 19:17). De volgende dag kreeg hij een pakketje. Er zat een gouden munt in. Deze was tien keer meer waard dan de zilveren munt. Hudson riep blij uit: ‘Dat is een goede rente! Ik heb twaalf uur geleden in Gods bank geïnvesteerd, en dit is wat ik ervoor terugkrijg! Dit is een goede bank!’

De kracht van gebed
Hudson kende de kracht van het gebed. Gebed en het feit dat God gebeden beantwoordt, werd de grote passie in zijn leven. Het was zijn filosofie om ‘mensen te bewegen tot God door het gebed’. Hij vroeg geen mens om materiële dingen, maar legde al zijn noden neer bij de Heer.

De dokter voor wie hij werkte in Hull had tegen zijn jonge assistent gezegd: ‘Hudson, herinner me alsjeblieft als het tijd is om je salaris uit te betalen. Omdat ik het zo druk heb, zal ik het waarschijnlijk vergeten.’ En dit gebeurde ook. Maar Hudson bedacht zich dat hij in China niemand iets kon vragen, behalve God. Dus vroeg hij God om de dokter eraan te herinneren. Drie weken later, nadat hij zijn geld op de bank had gezet, herinnerde de dokter het zich.

Op een zaterdag was Hudson blut. Hij had geen geld om zijn huur te betalen. Hij had geen geld voor eten. Die avond werkte hij tot tien uur ’s avonds, en hoefde hij zijn hospita gelukkig niet onder ogen te komen. Toen hij zich klaarmaakte om te vertrekken, werd hij door de dokter verrast.

‘Wat denk je? Een van mijn patiënten is net gekomen om zijn rekening te betalen! Hij is een van mijn rijkste patiënten en hij had mij gewoon in een keer met een cheque kunnen betalen. Maar hij kwam om tien uur op zaterdagavond het geld brengen.’ Toen voegde hij daaraan toe: ‘Hudson, je kunt net zo goed deze biljetten meenemen. Ik heb namelijk geen wisselgeld. Ik geef je je loonstrookje volgende week wel. Goedenavond!’

Hudsons gebeden waren beantwoord! Hij kon niet alleen zijn huur betalen; hij had voor weken genoeg geld in handen. Maar bovenal was dit opnieuw een bewijs dat God gebeden beantwoordt en mensen beweegt.

Begin van zijn bediening
In 1853, nog voordat hij zijn studie had afgerond, vertrok Hudson op 21-jarige leeftijd met de boot naar China. Het was geen makkelijke reis. Het duurde bijna zes maanden voordat hij voet aan wal zette in Shanghai. Op dat moment was er een burgeroorlog aan de gang en er dreigde vaak gevaar. Maar God was met hem en beschermde hem telkens weer.

De eerste zes jaar van zijn bediening, van 1854 tot 1860, bracht hij door in Shanghai, Swatow en Ningpo, waar hij soms samenwerkte met andere zendelingen, waaronder William ­Chalmers Burns van de Engelse Presbyteriaanse Zending. Tijdens deze periode trok hij zich terug van de China Evangelization Society, die later ophield te bestaan. Hij ging verder als een onafhankelijke zendeling, terwijl Hij op God vertrouwde om in zijn nood te voorzien. Later zei hij vaker tegen anderen:

‘Wees afhankelijk van God. Gods werk, uitgevoerd op Gods manier, zal nooit een gebrek hebben aan middelen.’

In die tijd was het voor buitenlanders verboden om verder door China te reizen. Ze mochten maar in vijf Chinese havensteden komen. Maar Hudson wilde graag de miljoenen Chinezen bereiken die nog nooit over Jezus hadden gehoord. Zo reisde hij toch door de binnenlandse kanalen, terwijl hij het evangelie predikte. Hij trouwde met Maria Dyer, dochter van Rev. Samuel Dyer van de London Missionary Society. Twee van hun kinderen werkten ook als zendelingen in China.

Het zendingswerk groeit
Door problemen met zijn gezondheid, keerde Hudson in 1860 terug naar Engeland. Wat eerst een terugval voor zijn zendingswerk leek, bleek een stap voorwaarts te zijn.

Terwijl hij in ­Engeland herstelde, kon Hudson zijn medische studie afronden. Ook hielp hij bij een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament in het Ningpo dialect. En in 1865 richtte hij de China Inland Mission (CIM) op, een zendingsorganisatie gericht op de binnenlanden van China.

In 1866 vertrok hij weer met de boot naar China, samen met zijn vrouw en kinderen en een groep van zestien zendelingen. Het leek bijna een onmogelijke taak om heel China te bereiken met het evangelie. Maar door middel van geloof en gebed breidden ze vanuit de zendingsposten in Hangchow en Ningpo langzaam uit naar de zuidelijke kustprovincies van Chekiang.

Nadat de nieuwe werkers wat ervaring hadden opgedaan, trokken ze verder naar Kiangsu, Anhwei en Kiangsi. Dit duurde ongeveer tien jaar. In deze jaren hadden ze te maken met ziekte, dood en veel tegenstand. Vaak werden ze door ongeregelde bendes weggejaagd uit plaatsen waar ze het evangelie wilden verkondigen. Pas in 1876 was de deur naar de binnenlandse steden helemaal open. God had hun goede versterking gegeven.

Het lukte de pioniers om in maar twee jaar tijd door te dringen in het zuidwesten tot de Birmese grens, in het noordwesten tot Mongolië en Centraal-Azië, en tot diep in Tibet. Als we kijken naar de grootte van het land en de enorme bevolking van China, dan is dit een geweldige prestatie in de geschiedenis van de moderne zending. Het werd bereikt door volhardend gebed en opoffering. Niet alleen van degenen op het zendingsveld, maar ook van hun vrienden en geloofsgenoten thuis.

Uiteindelijk sloten zich meer dan 800 zendelingen aan bij de CIM. Vanaf de oprichting van deze zendingsorganisatie werd Hudsons tijd steeds meer in beslag genomen door werkzaamheden als algemeen directeur van een groeiend werk. Door zijn verplichtingen was het nodig dat hij veel reizen maakte door China en bezoeken bracht aan ­Engeland. Vanaf 1888 werd er een grotere bediening gestart door de vestiging van twee zendingsposten in Noord-Amerika en Oceanië. Verschillende bezoeken aan Europa leidden tot de geboorte van partnerzendingswerken, die Hudson zagen als hun leider op het zendingsveld.

Het einde van zijn bediening
Door de constante druk en toenemende spanning die bij zo’n groeiend werk horen, dreigde Hudson meerdere keren overspannen te raken. Toch lukte het hem om steeds weer op nieuwe krachten te komen. Maar in 1900 kwamen de eerste serieuze tekenen van zijn gezondheidsproblemen aan het licht. Nadat hij Dixon Edward had aangesteld als leider van het zendingswerk, deed hij langzaamaan afstand van zijn verantwoordelijkheden. Binnen het werk had hij nog wel een adviserende rol, terwijl hij een rustig leven leidde in Zwitserland.

In het begin van 1905 bracht Hudson, hoewel hij erg zwak was, nog een laatste bezoek aan China. Na verschillende zendingsposten te hebben bezocht, bereikte hij de stad Changsha, waar hij plotseling en vredig heenging. Bij zijn overlijden waren er 205 zendingsposten met 849 zendelingen en 125 duizend Chinese christenen in de China Inland Mission.

Zo kwam er een einde aan het leven van ­Hudson Taylor, ‘een man vol van de Heilige Geest en van geloof, van volkomen overgave aan God en zijn roeping’, aldus Prof. Gustav Warneck (1834-1910). Zijn dagen waren dagen van uitgebreide en effectieve evangelisatie. Menigten van bekeerde Chinezen zullen de hemel bereiken en hem gezegend noemen. Het leven van veel christelijke werkers werd uitgedaagd en veranderd door het aanstekelijke christelijke karakter van Hudson Taylor.

Tags: