Het-geheim-van-de-geschenken

Het geheim van de geschenken

Het verhaal wordt nu al eeuwen verteld: hoe Caspar, Melchior en Balthasar geschenken brachten voor de pasgeboren Koning. Waarschijnlijk zeg je: ‘Ach, iedereen weet dat ze goud, wierook en mirre brachten.’ Dat wordt inderdaad verteld. Maar het verhaal is niet compleet. Luister naar de rest van het verhaal. In dit artikel ontdek je het geheim van de geschenken.

Degenen die toekeken, zagen de eerste van de drie bezoekers stilstaan bij de deur: Caspar, een rijke man met een mantel van fijn fluweel, versierd met zuiver bont. Ze konden niet zien dat het de engel Gabriël was, die over de heilige plaats waakte, voor wie Caspar bleef staan.

‘Allen die naar binnen gaan, moeten een geschenk meebrengen’, zei Gabriël tegen Caspar. Terwijl hij met moeite een prachtig gesmede doos optilde, zei Caspar: ‘Ik heb staven van het fijnste goud meegebracht.’ ‘Jouw geschenk’, zei Gabriël, ‘moet iets zijn dat voor jezelf onmisbaar is, iets kostbaars voor je ziel.’ ‘Dat heb ik meegebracht’, zei Caspar.

Maar terwijl hij knielde om zijn goud voor het kind neer te leggen, stopte hij en stond rechtop. In zijn uitgestrekte hand lag geen goud, maar een hamer. De beschadigde, zwart geworden kop was groter dan de vuist van een man; de handgreep van sterk hout, zo lang als de onderarm van een man. Caspar stotterde versteld.

De engel zei zachtjes: ‘Wat je in je handen vasthoudt, is de hamer van je gierigheid, die gebruikt wordt om degenen die werken, af te beulen voor rijkdom. Zo kun je in weelde leven, om een landhuis voor jezelf te bouwen terwijl anderen in krotten wonen.’ Caspar boog uit schaamte het hoofd en draaide zich om om te vertrekken.

Maar Gabriël versperde hem de weg: ‘Nee, je hebt je geschenk niet aangeboden.’ ‘Dit geven?’ flapte Caspar met afschuw eruit. ‘Niet aan een koning!’ ‘Maar daarvoor ben je gekomen’, zei Gabriël. ‘Je kunt hem niet terugnemen. Het is te zwaar. Laat hem hier of hij zal je vernietigen.’ ‘Wel, het kind kan hem niet optillen’, protesteerde Caspar. ‘Hij is de enige die dat kan’, antwoordde de engel.

De volgende die naar de deur stapte, was Melchior, de geleerde met een lange baard en rimpels in zijn voorhoofd die getuigen van de wijsheid der jaren. Ook hij bleef voor de deur staan. ‘Wat heb je meegebracht?’ vroeg Gabriël. ‘Wierook, de geur van verborgen landen en het verleden’, antwoordde Melchior.

‘Jouw geschenk’, waarschuwde Gabriël, ‘moet iets kostbaars voor je ziel zijn.’ Melchior stond ademloos, en knielde eerbiedig neer om van onder zijn mantel een zilveren fles tevoorschijn te halen. Maar het vat in zijn handen was helemaal niet van zilver. Het was gewoon klei, verhard en met vlekken. Verbijsterd trok hij de stop uit de opening en rook aan de inhoud.

‘Dit is azijn!’ snauwde Melchior. ‘Je hebt gebracht waar je van gemaakt bent’, zei Gabriël. ‘Bitterheid. De zure wijn van een leven dat meedogenloos geworden is door jaloezie en haat; te lang gelopen met de herinnering aan oude wonden, gekoesterde wrok, en smeulende boosheid. Je hebt naar wijsheid gezocht, maar jouw leven met vergif gevuld.’

Melchior liet de schouders hangen. Terwijl hij de andere kant opkeek, rommelde hij wat om de kruik te verstoppen. Gabriël raakte Melchiors arm aan: ‘Wacht, je moet je geschenk achterlaten.’ Melchior zuchtte van de pijn diep vanbinnen. ‘Maar dit is smerig spul’, protesteerde hij. ‘Stel dat het kind het aan de lippen brengt. Wat dan?’ ‘Je moet die zorg aan de hemel overlaten’, antwoordde Gabriël. ‘Er is zelfs azijn nodig.’

Nog een bezoeker wandelde naar voren: Balthasar, de leider van vele legioenen en de plaag van ommuurde steden. Hij greep een koperen doos. ‘Ik breng mirre,’ zei hij, ‘de meest kostbare buit van mijn heldhaftigste verovering. Velen hebben gevochten en zijn gestorven voor iets dergelijks; het belangrijkste bestanddeel van een zeer zeldzaam kruid.’

‘Maar is dat het belangrijkste deel van jezelf?’ vroeg Gabriël. De soldaat schoof naar voren, boog het hoofd naar de grond, terwijl hij het handvat van de doos losliet. Maar wat hij voor de voeten van de baby legde, was zijn eigen speer. ‘Dat kan niet!’ fluisterde hij hees. ‘De een of andere vijand heeft dit betoverd.’ ‘Daar zit meer waarheid in dan je weet’, zei Gabriël achter hem. ‘Duizend vijanden hebben jou betoverd en je ziel in een speer veranderd. Terwijl je alleen maar leefde om te overwinnen, ben je overwonnen. Iedere strijd die je wint, leidt slechts tot een andere.’

Balthasar greep het wapen vast en draaide zich om naar de deur. ‘Ik kan dit niet achterlaten.’ ‘Weet je dat zeker?’ vroeg Gabriël. ‘Hier?’ fluisterde de krijger. ‘Het is maar een kind. De speer zou zijn lichaam kunnen doorsteken.’ ‘Die vrees moet je aan de hemel overlaten’, antwoordde Gabriël.

‘Wat gebeurde er met de geschenken: de hamer, azijn en speer?’ vraag je. Een ander verhaal vertelt hoe ze jaren later nog een keer gezien werden op een eenzame heuvel buiten Jeruzalem, genaamd Golgotha. Maar maak je niet ongerust. Dat is een last waarvoor de hemel zelf zorg heeft gedragen, zoals alleen de hemel dat kan.

Lees ook: ‘De legende van de drie bomen’

Tags: