Boodschap - De laatste 24 uur uit het leven van Jezus

De laatste 24 uur uit het leven van Jezus

Vandaag is het Goede Vrijdag. Het verschrikkelijke lijden van Jezus staat vandaag centraal. Wat ging er vooraf aan Jezus’ dood en opstanding? Lees hier over de bewogen laatste uren voordat Hij stierf aan het kruis van Golgotha.

Gethsemane
Nadat Jezus het laatste Paasmaal had gevierd met Zijn leerlingen, ging hij ’s avonds met Petrus, Jakobus en Johannes naar Gethsemane, een tuin op de Olijfberg. Hij begon angstig en onrustig te worden en zei: ‘Mijn hart breekt van verdriet. Blijf hier met Mij waken.’

Jezus ging wat verder de tuin in en begon te praten met Zijn Vader in de hemel. Hij knielde neer en bad: ‘Vader! Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet wat Ik wil moet gebeuren, maar wat U wilt.’ Toen Hij terugging naar Zijn leerlingen, zag Hij dat zij in slaap waren gevallen.

Hij zei: ‘Konden jullie niet een uur met Mij wakker blijven? Blijf toch wakker en bid dat jullie niet in verleiding komen.’ Opnieuw zonderde Hij Zich af en bad dezelfde woorden. De geestelijke strijd was zo hevig, dat zelfs Zijn zweetdruppels in bloed veranderden.

Toen Hij weer bij hen terugkwam, zag Hij dat ze door slaap waren overmand. Hij liet hen slapen. Voor de derde keer ging Hij weg en bad hetzelfde gebed. Hierna kwam Hij weer bij Zijn leerlingen en zei: ‘Liggen jullie nog rustig te slapen? Het is zover: Ik, de Mensenzoon, zal in de handen van zondige mensen vallen.’

Het verraad
Op datzelfde moment kwam Judas aangelopen. Hij had een hele troep mannen bij zich die door de Hoge Raad waren gestuurd, gewapend met zwaarden en knuppels. Judas liep naar Jezus toe en zei: ‘Dag, Meester.’ En hij kuste Hem. Jezus zei: ‘Vriend, doe waarvoor je gekomen bent.’

De mannen kwamen dichterbij en grepen Jezus vast. De leerlingen die bij Hem waren, probeerden Jezus te verdedigen. Petrus sloeg met zijn zwaard de knecht van de hogepriester een oor af. Jezus zei: ‘Doe dat zwaard weg’, en genas het oor van deze knecht.

Jezus ging met de mannen mee, die Hem bij de hogepriester Kajafas brachten. Daar was de hele Hoge Raad bijeen. Terwijl alle leerlingen waren gevlucht, volgde Petrus Hem op een afstand.

Voor de Hoge Raad
De leidende priesters en de andere leden van de Hoge Raad zochten getuigen om Jezus ter dood te kunnen veroordelen. Er waren mensen die valse getuigenissen aflegden, die niet met elkaar in overeenstemming waren. Terwijl Jezus werd beschuldigd, bleef Hij zwijgen.

Ten slotte zei de hogepriester: ‘Uit naam van de levende God, zeg ons of U de Christus bent, de Zoon van God.’ Dat kon Jezus niet ontkennen, en Hij antwoordde: ‘U zegt het.’ Hevig verontwaardigd scheurde de hogepriester zijn kleren kapot. Hij schreeuwde: ‘Hij belastert God! We hebben geen getuigen meer nodig! Wat doen wij met Hem?’ De mannen van de Hoge Raad schreeuwden allemaal: ‘Hij verdient de doodstraf!’ Daarna spuugden zij Hem in het gezicht en sloegen Hem.

Verloochend
Ondertussen zat Petrus op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester. Een dienstmeisje kwam naar hem toe en zei: ‘U was ook bij die Jezus uit Galilea.’ Maar Petrus ontkende heftig: ‘Welnee, hoe komt u daarbij?’ Later bij de poort zag een ander meisje hem. Zij zei tegen de mensen die daar stonden: ‘Die man was ook bij Jezus van Nazareth.’ Petrus zwoer dat het niet waar was. ‘Ik ken die man niet!’ riep hij uit. Kort daarna kwam een van de mannen naar hem toe en zei: ‘Ik weet zeker dat u een leerling van Hem bent. Ik hoor het aan uw Galilese accent.’ Petrus begon te vloeken en zwoer: ‘U bent gek! Ik ken die man niet!’ Hij had het nog maar net gezegd, of er kraaide een haan. Toen herinnerde hij zich wat Jezus tegen hem had gezegd: ‘Petrus, voordat de haan kraait, zul jij drie keer zeggen dat je Mij niet kent.’ Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.

Veroordeeld
Daarna werd Jezus naar Pilatus gebracht, de Romeinse gouverneur. Maar hij vond geen schuld in Jezus en zocht een manier om Hem niet te hoeven veroordelen. En omdat Jezus uit Galilea kwam, stuurde hij Hem naar Herodes, die toen over dit gebied regeerde. Maar ook hij wilde zijn handen niet aan deze zaak branden, en stuurde Hem terug.

Nu was het de gewoonte dat het volk ieder jaar met het Joodse Paasfeest een gevangene mocht uitkiezen die vrijgelaten zou worden. Op dat moment zat er een beruchte misdadiger in de gevangenis, genaamd Barabbas. Pilatus vroeg aan de mensen: ‘Wie moet ik vrijlaten? Barabbas of Jezus, die Christus wordt genoemd?’

De mannen van de Hoge Raad hadden de massa opgehitst en de mensen riepen: ‘Barabbas!’ ‘Maar wat moet ik dan doen met Jezus?’ vroeg Pilatus. Ze schreeuwden: ‘Kruisig Hem!’ Omdat Pilatus zag dat de mensen niet meer te houden waren, gaf hij uiteindelijk toe. Hij liet een kom water halen en waste zijn handen in onschuld. Daarna gaf Pilatus opdracht Jezus te geselen en te kruisigen.

Gekruisigd
Nadat Jezus was gegeseld, begon de ‘Via Dolorosa’, ofwel Jezus’ lijdensweg door de straten van Jeruzalem. Hij moest Zijn eigen kruis dragen naar de heuvel Golgotha. Een man genaamd Simon uit Cyrene werd gedwongen om Jezus hierbij te helpen. Daarna werd Jezus aan het kruis geslagen, met links en rechts van Hem twee moordenaars die ook gekruisigd werden.

De mensen die voorbijkwamen, bespotten Hem en zeiden: ‘Als U de Zoon van God bent, red Uzelf dan! Kom van dat kruis af!’ Van twaalf tot drie uur ’s middags hing er een dichte duisternis over het hele land. Om ongeveer drie uur riep Jezus: ‘Eli, Eli, lama sabachtani?’ Dat betekent: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’

Daarna riep Jezus de woorden: ‘Het is volbracht!’ en Hij stierf. Op datzelfde moment scheurde het zware gordijn voor de heilige plaats in de tempel, waar God woonde, van boven naar beneden in tweeën. Dit betekende dat de toegang tot de levende God, de Schepper, open en vrij is.

De opstanding
Het lichaam van Jezus werd door Jozef van Arimathea in een nieuw graf gelegd. Er werd een grote steen voor de ingang gerold. Op de dag na de sabbat gingen Maria van Magdala en de andere Maria vroeg in de morgen naar het graf om Jezus’ lichaam volgens het gebruik te balsemen.

Plotseling was er een hevige aardbeving. Een engel van God kwam uit de hemel, rolde de steen opzij en ging erop zitten. De engel zei tegen de vrouwen: ‘Wees niet bang. Ik weet dat u Jezus zoekt, die gekruisigd is, maar Hij is hier niet meer. Hij is weer levend geworden, zoals Hij had gezegd. Kom maar kijken waar Hij heeft gelegen.’

Ze zagen dat het graf leeg was. Dat is de betekenis van het paasfeest. Het is de opstanding van Jezus Christus, de Zoon van God, die aan het kruis gestorven is voor al onze zonden.

Jezus kwam ook voor jou
God houdt van jou en Jezus is ook voor jou gekomen. Hij stierf aan het kruis voor jouw fouten, om jou eeuwig leven te geven. Alles wat jij vandaag hoeft te doen, is jouw hart openen en Jezus aannemen als jouw Redder. Als je dat wilt doen, mag je een handeling van geloof doen door je hand op het beeldscherm te leggen.

Gebed
Bid met mij mee

‘Vader in de hemel, dank U voor het heerlijke paasfeest. Ik geloof dat Uw Zoon, Jezus Christus, ook voor mij is gestorven aan het kruis, en weer is opgestaan uit de dood. Ik vraag U om vergeving voor alles wat ik verkeerd heb gedaan, gezegd of gedacht. Ik open mijn hart voor U en ik vraag U: Here Jezus, kom in mijn hart, kom in mijn leven. Vul mijn hart met Uw liefde, rust en blijdschap. Dank U dat ik nu Uw kind mag zijn en eeuwig leven mag ontvangen. In Jezus’ naam bid ik dit. Amen!’

Lees het hele Paasverhaal in de Bijbel
Mattheüs 26-28, Marcus 14-16, Lucas 22-24 en Johannes 18-20. Lees ook Jesaja 53 en Psalm 22!

Tags: