Lifestyle - Het geloof van Elisabeth

Het geloof van Elisabeth

Nee, dit was niet haar kleinkind, zoals je vanzelf zou denken als je haar zag en begreep dat ze op hoge leeftijd was. Lang geleden, toen ze nog jong was, trouwde ze met een priester die, net als zij, veel van God hield. Zo jong als ze was, droomde ze van een huis vol schaterende kinderen. Zonen en dochters die, terwijl ze aten aan een grote tafel, luisterden naar elkaars belevenissen.

Maar de jaren gingen voorbij, zonder dat er een kind kwam. Allerlei emoties kwamen in de loop van de jaren op: teleurstelling, verdriet, onbegrip. Wat voelde ze zich minderwaardig, vooral wanneer ze geconfronteerd werd met andere vrouwen en hun kinderen. In de verwarring van haar gevoelens, toen er maar geen kind kwam, gebeurde er toch iets bijzonders.

Binnen in haar begon zich een andere vrucht te ontwikkelen. Geloof begon te groeien, zoals een vrucht rijper en rijper wordt, totdat deze eindelijk geplukt kan worden. Ondanks dat er mensen waren in haar omgeving die haar spottend ‘de onvruchtbare’ noemden, was ze haar hoop niet kwijtgeraakt.

Meestal werd er achter haar rug om geroddeld, maar soms ook zonder blikken of blozen, recht in haar gezicht. Wanneer mensen fluisterden: ‘Ze zal wel gezondigd hebben, dat God haar moederschoot gesloten heeft’, zeiden ze dit nét hard genoeg, zodat ze het kon horen. Hoe mensen en ook de boze haar aanvielen om haar geloof aan het wankelen te brengen door haar aan te klagen, wist Elisabeth, want zo heette ze, diep in haar hart dat haar zonden vergeven waren.

Vooral toen ze jonger was, was de tegenstand groot. Dan gebeurde het, wanneer ze op de markt kwam, dat een groepje vrouwen deze ‘zondares’ ontweek en opeens deed alsof men druk met elkaar aan het praten was. Ze deed haar best om haar hoofd omhoog te houden, alsof het haar niet kwetste.

Eenmaal thuis viel ze haar geliefde man huilend in de armen. Hij troostte haar zo goed als hij kon en na vele, vele jaren bleef hij nog altijd trouw bidden en geloven dat God zou voorzien. Beiden klemden zich stevig vast aan de goedheid en trouw van God. Hun liefde voor God bond hen samen.

Samen zochten ze hun hulp en troost bij Hem en bleven Hem met heel hun hart trouw dienen. Gelukkig waren er ook mensen die haar dwars door de moeilijke omstandigheden heen steunden. Dit waren gewoonlijk vrouwen die zelf ook zo hun problemen hadden.

Toch trof het verdriet van zijn vrouw Zacharias diep. Het uitblijven van een kind had hun geloof geen geweld aangedaan, maar door genade was dit juist verdiept. Ze sterkten zich in de woorden van de profeet Habakuk:

‘Al zou de vijgenboom niet bloeien en de wijnstok geen druiven opleveren, al zou de oogst van de olijfboom teleurstellen en de akker geen voedsel geven, al zouden alle schapen uit de schaapskooien verdwenen zijn en geen runderen meer in de stal staan, tóch zal ik mij verheugen in de HERE en juichen over God die mij redt! De Oppermachtige HERE is mijn kracht, Hij maakt mij lichtvoetig als een hert en brengt mij veilig over de bergen.’ – Habakuk 3:17-19

Ja, voor hen bleef God altijd goed, wat ze er ook bij zouden verliezen, of wat ze er ook bij zouden winnen. In regen of zonneschijn, in ziekte of gezondheid, in rijkdom of armoede, wel of geen kind… God zou hen nooit verlaten, want dat had Hij in de Schrift beloofd.


En dat niet alleen… Want waren de vrouwen van de geloofsvaders ook niet allen onvruchtbaar? En Hanna? Had God haar gebed niet verhoord? Zacharias en Elisabeth bleven in alles zien op God. Ze waren bovendien gelukkig met elkaar. Ze hielden van elkaar.

Elisabeth schrok op uit haar gedachten toen de kleine peuter een beetje begon te sputteren. Hij had honger. Ze pakte hem op en ging op de oude, solide, vertrouwde stoel zitten en legde het kind aan haar borst. Gulzig en tevreden begon hij te drinken. Met zijn kleine vuistje klemde het jongetje zich vast aan Elisabeths hand.

Haar gedachten dwaalden af naar het meest bijzondere moment in haar leven. Zacharias was thuisgekomen, nadat hij dienst in de tempel had verricht. Hij kon niet spreken. Op een schrijftafel vertelde hij hoe een engel aan hem verschenen was, die hem vertelde dat hij en zijn vrouw Elisabeth een kind zouden krijgen.

Zacharias kon het gewoon niet geloven. Hij en zijn vrouw waren namelijk al oud. Omdat hij het niet kon geloven, zei de engel tegen Zacharias dat hij niet zou kunnen spreken totdat het kind geboren was. Het kind, vertelde de engel, moest Johannes heten. Hij zou vol zijn van de Heilige Geest en vele Joden ervan overtuigen dat zij moesten terugkeren naar de Here, hun God.

Elisabeth las wat Zacharias allemaal opschreef. De groeven in haar gezicht werden opeens verzacht door de blijdschap die haar hele ziel vervulde. Haar ogen begonnen te stralen. Bij God waren inderdaad alle dingen mogelijk. Niet lang hierna merkte ze dat ze zwanger was.

Ondanks dat het lichamelijk af en toe zwaar was op haar leeftijd, genoot Elisabeth met volle teugen van het wonderbare nieuwe leven dat binnen in haar buik groeide. Vijf maanden lang kwam ze niet onder de mensen. ‘Wat is de Here goed voor mij!’ juichte zij. ‘Hij heeft de schande van mij weggenomen dat ik geen kinderen had’ (Lucas 1:25).

Elisabeth was zes maanden zwanger toen haar nicht Maria op bezoek kwam. Bij het horen van de groet van Maria, begon het kind in de buik van Elisabeth te trappelen. Zelf werd ze vol van de Heilige Geest en jubelde tegen Maria: ‘Jij bent de meest gezegende vrouw van de hele wereld en jouw kind draagt Gods zegen. Wat een eer dat de moeder van mijn Here bij mij op bezoek komt.’

Elisabeth en Maria prezen samen God voor de wonderen die Hij gedaan had. Ook Maria begon een jubellied te zingen over Gods goedheid. Maria bleef drie maanden bij haar. Ze lachten en huilden met elkaar en zagen uit naar de wonderbare vervulling van Gods beloften. Gods wegen en gedachten zijn ondoorgrondelijk.

God had hen niet in de steek gelaten. God had juist een bijzonder plan met hen. En de boze kon dit plan met al zijn aanklachten en aanvallen niet tegenhouden. God wilde namelijk niet alleen Zijn doel in Elisabeth en Zacharias bereiken. Maar Hij wilde door hen heen een man voortbrengen, die velen tot bekering zou leiden en de weg van Zijn Zoon, de Verlosser, zou voorbereiden!

Toen het kind geboren was, waren mensen verbaasd dat ze het kind niet naar zijn vader Zacharias vernoemden. Nadat Zacharias opschreef: ‘Zijn naam is Johannes’, kon hij weer spreken. Meteen begon hij God te prijzen. Het maakte diepe indruk op de mensen. Iedereen in het bergland van Judea begreep dat de Here iets bijzonders van plan was met Johannes.

Familieleden en buren waren blij dat de Here zo goed voor Elisabeth was geweest. Er was een einde gekomen aan de vernedering, de pijn en het verdriet. Het leed dat ze had meegemaakt, had haar gelukkig niet hard en bitter gemaakt. Nee, het had haar hart verzacht en dichter bij God gebracht. Hij had haar veranderd.

Gods goedheid was uitgestort in haar hart, zodat zij anderen in diepe nood kon troosten met dezelfde troost waarmee God haar getroost had. Ze bad voor hen die het moeilijk hadden en bleef met hen hopen, zelfs als alle hoop vervlogen was.

Elisabeth schrok weer op uit haar gedachten. Johannes was voldaan en wreef in zijn oogjes. Ze legde hem in zijn bedje en keek vol liefde naar haar slapende zoon. Wat voelde ze zich dankbaar en gezegend. Ja, het leven was anders gelopen dan ze gedacht had. Dat gebeurt wel vaker.

Ze had een grote beproeving doorstaan, maar haar hoop was niet beschaamd. Al had het nog zo lang geduurd. Al leek het voor anderen misschien niet zo dat God vóór haar was, en al hadden velen zo hun eigen gedachten en twijfels, Elisabeth begreep dat God altijd vóór haar was geweest. In de jaren van leed, vernedering en verdriet had Hij geen uitleg gegeven, maar Hij was trouw en had het gebed van haar en haar man Zacharias verhoord. Geloof beschaamt nooit.

Lieve lezer, soms loopt het leven anders dan we gedacht hadden. We gaan door tijden heen dat het lijkt alsof we ­‘onvruchtbaar’ zijn. Tijden van leed, verlies, vernedering, verdriet, ziekte of pijn. Soms zelfs voor een lange tijd. Maar is het kerstfeest juist niet een feest van nieuwe hoop? Een feest van een nieuw begin. Een feest dat God ingreep in de donkere wereld en Zijn licht heeft laten schijnen. Een feest dat de Verlosser, Jezus, is gekomen om het Licht te zijn als alles donker om ons heen is. In Psalm 18:29 zegt David:

‘U zorgt ervoor dat mijn lamp blijft branden. U, HERE, mijn God, bent het Licht in de duisternis.’

Ik wil jou bemoedigen om altijd op God te blijven vertrouwen. Houd vast aan Zijn goedheid en geloof dat Hij niet tegen jou is, maar vóór jou! Houd de hoop als een anker vast. Laat niet los, want wat Hij beloofd heeft, zal Hij doen. Al duurt het nog zo lang… Als we maar blijven geloven. Als er niets anders is waaraan we ons kunnen vastklampen, kunnen we alleen maar uit één bron putten: ons geloof in God. Hij zal ons niet teleurstellen. Hij houdt van jou!

Tags: