Studie - God & Geld

God & Geld

In de Bijbel lezen wij dat geldzucht, het verlangen naar geld, de wortel is van al het kwaad.
Het is duidelijk dat geld een grote rol speelt in het leven van de mens. Door middel van geld heeft de duivel het grootste deel van de mensheid in zijn macht. Maar hoe denkt God over geld? Welke plaats heeft geld in Zijn ogen?

‘Hij ging bij een van de collectekisten in de tempel zitten en zag hoe de mensen er geld in gooiden. Er waren nogal wat rijken die er veel in deden. Er kwam ook een arme weduwe. Zij gooide er twee koperen muntjes in. ‘Die arme weduwe heeft meer gegeven dan al die rijke mannen,’ zei Hij tegen Zijn leerlingen. ‘Want die rijken hebben gegeven wat zij niet nodig hadden, maar deze vrouw gaf van haar armoede alles wat nodig was voor haar levensonderhoud.’’
– Marcus 12:41-44

1. Ons geven test ons hart
In de wereld is geld de maatstaf waarnaar men iemand beoordeelt. Van hoeveel betekenis geld is, is moeilijk uit te drukken. Het is het symbool van werk, ondernemingsgeest en intelligentie. Vaak is het een teken van Gods zegen op hard werken. Het is het middel om allerlei dingen te kopen die tot nut zijn voor lichaam en geest, tot gemak of overvloed, en tot het krijgen van invloed en macht.

Geen wonder dat de wereld geld liefheeft, het boven alles zoekt, en het vaak aanbidt. Niet alleen in deze wereld, maar ook in het Koninkrijk van God wordt een mens beoordeeld naar zijn geld, maar volgens een ander beginsel. De wereld vraagt wat iemand bezit, maar Jezus vraagt: hoe gebruikt hij het?


De wereld denkt: hoe kom je aan geld? God denkt: hoe besteed je het? En wanneer iemand geeft, vraagt de wereld nog: wat geeft hij? Maar Jezus vraagt: hoe geeft hij? De wereld kijkt naar het geld en let op de grootte van het bedrag. Maar Jezus kijkt naar de mens en de motieven. Dit zien wij in de geschiedenis van de arme weduwe.

Veel rijke mensen wierpen veel in de schatkist, maar zij gaven van hun overvloed. Het was voor hen geen echte opoffering, want hun leven was rijk en gemakkelijk; het kostte hun niets. Hun offer was geen teken van liefde voor of toewijding aan God, maar maakte deel uit van een gemakkelijke godsdienst uit gewoonte.

De weduwe wierp haar muntjes erin. Zij gaf van haar gebrek; alles wat zij had, haar hele huishoudgeld. Zij gaf alles zonder reserve aan God. Niets hield zij voor zichzelf; zij gaf alles. Hoeveel verschilt onze maatstaf van beoordeling met die van Jezus? Wij vragen hoeveel iemand geeft; de Heer vraagt hoeveel hij voor zichzelf houdt. Wij letten op de gift; Jezus kijkt of de gift een opoffering was.

God verlangt een onzelfzuchtige liefde, die ongevraagd geeft. Hij wil dat elke gift een hartelijke, liefdevolle gave zal zijn, een echt vrijwillig offer. Als je de goedkeuring van de Meester wilt krijgen, zoals de arme vrouw, onthoud dan dat je alles aan Zijn voeten moet leggen, alles tot Zijn beschikking moet stellen. En dit als een spontane uiting van een liefde net als die van Maria, die niet kon nalaten te geven, omdat zij liefhad. Hoe het met ons hart gesteld is, blijkt dus uit de manier waarop wij geven.

2. Het geven van geld is een krachtig genademiddel
Het grote middel dat de wereld heeft om haar verlangens te bevredigen, is geld. Maar Jezus zei tegen Zijn discipelen:

‘De wereld haat hen omdat zij, net als Ik, niet bij de wereld horen.’ – Johannes 17:14

In de manier waarop wij ons geld besteden, moeten wij laten zien dat wij geleid worden door een hemelse geest, en niet een aardse. En wat raadt die geest ons aan? Gebruik je geld voor geestelijke doelen, wat zorgt voor eeuwige vruchten en wat aangenaam is voor God.

Ons hele geloofsleven kan versterkt worden door de manier waarop wij met geld omgaan. Veel mensen zijn voortdurend bezig met geld verdienen. Van nature wordt het hart getrokken naar de tijdelijke dingen van deze wereld. Geloof alleen kan een voortdurende overwinning geven over deze verzoeking.

Iedere poging om het gevaar van het geld te weerstaan, iedere liefdevolle gave aan God wakkert ons geloofsleven aan. Wij zien de dingen in Gods licht. Wij beoordelen ze in het licht van de eeuwigheid. Het geld, dat door onze handen gaat en aan God gegeven wordt, kan een dagelijkse oefening zijn in geloof en hemelsgezindheid.

3. Geld geven schenkt een heerlijke kracht bij God
Het christendom is een wonderlijke godsdienst. Het geld, dat staat voor macht in deze wereld met haar eigenbelang, begeerlijkheid en trots, wordt veranderd in een werktuig tot de dienst en tot eer van God. Jezus heeft gezegd:

‘Geven is beter dan ontvangen.’ – Handelingen 20:35

Wat een voorrecht en wat een zegen van God dat we met ons geld anderen kunnen bijstaan en armen blij kunnen maken. Wat een heerlijk geloof, dat het geld dat wij weggeven ons blijer maakt dan het geld dat wij voor onszelf besteden!

Het laatste wordt meestal besteed aan tijdelijke en vleselijke behoeften. Maar wat in het werk van de liefde wordt gebruikt, heeft eeuwige waarde en brengt een dubbele zegen, voor ons en ook voor anderen. Onze gaven van geloof en liefde gaan niet alleen in de kas van de gemeente, maar zij komen in Gods eigen schatkist, en worden ons terugbetaald in hemelse goederen.


En dat niet naar de schatting van de wereld, waar de vraag altijd is: ‘hoeveel?’, maar naar de schatting van de hemel. Daar is er geen menselijk oordeel over veel en weinig, of groot en klein. Wij zullen zien dat, net als bij de weduwe, degene die echt geeft zoveel hij kan, het rijkst is.

4. Het geld dat wij geven brengt ons steeds dichter bij de hemel
De Here Jezus sprak in Zijn gelijkenissen vaak over geld. In de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester, zei Hij:

‘U moet verstandig met geld omgaan. Maak er vrienden mee. Als u het eens moet achterlaten en in Gods eeuwige woning komt, zal Hij u liefdevol opnemen.’ – Lucas 16:9

En in die van de talenten zei Hij:

‘Je had het geld in ieder geval op de bank kunnen zetten.’ – Mattheüs 25:27

De man die zijn talent niet gebruikt had, verloor alles. In de gelijkenis van de schapen en de bokken waren de woorden: ‘Kom, gezegende kinderen van Mijn Vader’ bedoeld voor hen, die de hulpbehoevenden en ellendigen verzorgd hadden (zie Mattheüs 25:34-40).

Wij kunnen de hemel niet verdienen, niet met geld, en ook niet met goede werken. Maar jouw gaven laten wel zien dat je op de hemel gericht bent. Ze zijn het bewijs van jouw liefde voor Jezus en mensen, en jouw toewijding voor het werk van God. Onze gaven moeten ons voorbereiden op de hemel.

Geld, dat gegeven wordt in de geest van zelfopoffering, van liefde en van geloof in Hem, die alles voor ons betaald heeft, brengt een rijke en eeuwige beloning. Houd elke dag je gaven gereed; God vraagt ze en Hij zal ze zegenen. De hemel zal daardoor dichter bij jou komen en jij zult dichter bij de hemel komen.

De Here Jezus die tegenover de schatkist zat, let ook nu op onze gaven. Wat in een geest van volkomen toewijding en liefde gegeven wordt, neemt Hij aan. Here, geef ons de geest van de arme weduwe, die een muntje in de offerkist wierp en daarmee alles gaf wat zij bezat.

Tags:
Vorig artikel

POINT: Liefde is… DEEL 2

Volgend artikel

Niets gaat vanzelf